Nederlandse zadenbank stopt alle wilde bloemen in de vriezer

Nederland heeft 1500 soorten inheemse wilde planten, waarvan tientallen dreigen uit te sterven. Een zadenbank moet deze rijkdom gaan vastleggen, voor het te laat is.

Van de 1500 wilde planten staan er meer dan 70 als ernstig bedreigd op de Rode Lijst en voor een derde van de flora is het opletten geblazen. Foto: Jacqueline Koster

Wildemanskruid, bokjessteenbreek, priemkruid en paardenhoefklaver: mooie namen van wilde inheemse planten die niet meer voorkomen in ons land – en die ook niet meer terug kunnen komen, omdat er geen zaad van is bewaard. ‘Dat willen we in het vervolg voorkomen door een zadenbank op te richten’, zegt de bevlogen botanicus Joop Schaminée, hoogleraar aan de Wageningen Universiteit en de Radboud Universiteit in Nijmegen. Van de 1500 wilde planten staan er meer dan 70 als ernstig bedreigd op de Rode Lijst en voor een derde van de flora is het opletten geblazen.‘Ik dacht altijd dat er al zoiets als een zadenbank was, bijvoorbeeld bij Naturalis, maar dat is niet zo. Nu we ermee bezig zijn, merk ik dat er ontzettend veel energie en belangstelling is bij partijen om hieraan met volle kracht mee te werken.’

‘Die zadenbank neemt niet veel plek in beslag. De zaden worden gedroogd, vacuüm verpakt en in een vriezer bewaard op de juiste temperatuur en luchtvochtigheid. Dat kan makkelijk in een bestaande ruimte, zoals de genenbank in Wageningen.’

Het gaat Schaminée niet alleen om het behoud van de soorten, maar ook om de diversiteit binnen de soorten. ‘Een blauwe knoop op Terschelling verschilt genetisch van die in de Achterhoek of Zuid-Limburg’, zegt hij.

‘Ik dacht dat er al zoiets als een zadenbank was, bijvoorbeeld bij Naturalis, maar dat is niet zo’

‘Die verscheidenheid van leven is belangrijk, elke soort heeft zijn plekje binnen het ecosysteem. We weten helaas niet wat er gebeurt als er een soort wegvalt. Enorme schade is mogelijk of er kunnen problemen ontstaan waaraan je niet ZadenbankVeiligstellen van Nederlandse flora Alle wilde bloemen in de vriezer denkt. We weten nog maar heel weinig over al die interacties.’

Wel bekend is het voorbeeld van de sleedoorn, aangeplant uit Zuid-Europa. ‘Die bloeien eerder dan de inheemse, waardoor de relatie plantinsect is verstoord. Pas wanneer de plant is uitgebloeid zijn er bijen voor bestuiving.’

Diversiteit is van belang om een ecosysteem gezond te houden, aldus Schaminée. ‘Uit onderzoek, zeker van de laatste tien jaar, is duidelijk geworden dat biodiversiteit zorgt voor meer robuuste levensgemeenschappen, die beter bestand zijn tegen bedreigingen zoals klimaatverandering.’

Buitenlandse bloemen

Hoe werken planten
AANBIEDING Hoe werken planten? van Linda Chalker-Scott van € 42,50 voor € 22,50 Bestel in onze webshop

De flora van Nederland komt ook in gevaar door vermenging met zaden van planten uit het buitenland. Er worden bloemenmengsels uitgestrooid in bermen en akkerranden door gemeenten, waterschappen, natuurorganisaties en boeren. Dat is gunstig, want daar komen insecten en vogels op af. ‘Alles gebeurt met de allerbeste bedoelingen, maar helaas wordt er vaak gebruikt gemaakt van ‘foute’ mengsels. Daarin zitten nogal wat buitenlandse soorten, zoals zonnebloemen en bijenbrood, planten die hier niet thuis horen. Bovendien zitten er bloemen bij uit de Nederlandse flora, maar die zijn bijvoorbeeld afkomstig uit Zuid-Duitsland. Dat zijn soms roze of dubbelbloemige korenbloemen, en de bolderiken zijn een stuk forser. Als je die exoten gaat mengen met inheems materiaal, verlies je genetische diversiteit. De originele bolderik, of akkeranjelier, komt nu nog slechts voor op een paar plekken in Zuid-Limburg en de IJsselvallei. Terwijl je die ingezaaide bolderik werkelijk overal ziet opduiken’.

De zaden van bloemenmengsels komen noodgedwongen uit het buitenland, omdat er hier te weinig van voorhanden is. Het gaat uiteindelijk om kilo’s, aldus de plantenexpert. ‘Daarom gaan we zaad inzamelen in het veld met behulp van een netwerk van honderden enthousiaste vrijwilligers. Die zaden uit de regio gaan we inzaaien en opkweken in kleine hofjes, van zeg 3 bij 3 meter, zoals in botanische tuinen en bij bezoekerscentra van natuurorganisaties. Dat handjevol geoogst zaad van die zaadhofjes wordt daarna door kwekers vermeerderd. En dat zaad, waarvan je de herkomst precies weet, gaat dan in de mengsels. Hier ligt ook een geweldige mogelijkheid om een breed publiek bij dit initiatief te betrekken.’

Koudeshock

Er is trouwens nog bar weinig bekend over het zaad van wilde planten, in tegenstelling tot wat we weten over onze voedsel- en siergewassen. ‘Een leuk nieuw speelterrein voor onderzoekers en studenten’, meent Schaminée. ‘Neem wikke of ereprijs, daarvan zijn er zo’n tien dan wel vijftien soorten in Nederland. Maar we weten niet wat er gebeurt als je zaad van deze soorten laat kiemen. Geen idee wat de levensvatbaarheid is van die zaden. Moeten ze een koudeshock ondergaan om te kunnen kiemen, moet dat in het donker gebeuren en hoe lang is het zaad te bewaren? Daar weten we allemaal niks van.’

Schaminée benadrukt het belang van de zadenbank om nog een andere reden. ‘Er is nu een enorme crisis door die massale terugloop van insecten. Bloemen en planten zijn de basis voor al die insecten. Als het met de flora al niet in orde is, dan krijg je die insecten sowieso niet terug.

Mis niet langer het laatste wetenschapsnieuws en meld je nu gratis aan voor de nieuwsbrief van New Scientist.

Lees verder:

Over de auteur

Peter de Jaeger

Peter de Jaeger rondde in 1982 de studie agrarische planologie in Wageningen af. Daarna ging zijn belangstelling steeds meer uit naar journalistiek werk. De Jaeger is winnaar van de Persprijs 2006 van het Wageningen Universiteits Fonds en is auteur van de boeken Zwerven door de Rith, Hoe verder boeren, Het Valkenberg, van hoftuin tot stadspark en Hartslag van Breda. In het dagelijks leven is hij wetenschapsjournalist voor diverse dagbladen en tijdschriften.



Plaats een reactie