Hersensystemen die taal leren zijn ouder dan de mensheid

De hersenensystemen die nodig zijn om een taal te leren zijn ouder dan de mensheid. Ze blijken meerdere functies te hebben en zijn ook te vinden bij dieren. Tot deze conclusie komen een Australische en twee Amerikaanse onderzoekers.

Bij volwassenen die de grammatica van een nieuwe taal leren wordt eerst een verband gezien met het expliciete geheugen. En in een latere fase met het procedurele geheugen.
Bron: Pixabay, Tessakay

De heersende gedachte onder wetenschappers is dat de mogelijkheid om een taal te leren afhankelijk is van een aangeboren mechanisme dat alleen mensen hebben. Maar onze talenknobbel blijkt minder bijzonder dan gedacht.

Evolutionair oud

Hersensystemen die we gebruiken voor taal, blijken nog meer functies te hebben. Ze spelen bijvoorbeeld ook een rol bij auto leren rijden of het onthouden van gezichten. De evolutionair oude circuits in het brein die hierbij betrokken zijn, hebben dieren ook. Ratten maken er bijvoorbeeld gebruik van als ze de weg leren in een doolhof. Deze systemen bestonden dus al voordat er mensen en taal waren.

De onderzoekers vergeleken 16 verschillende studies waarbij gekeken werd hoe kinderen hun moedertaal en volwassenen een tweede taal leren. Ze onderzochten twee hersensystemen die daarbij betrokken zijn: het procedurele en het expliciete geheugen.

Woorden en grammatica

De taalhacker. De beste en snelste manier om een taal te leren
LEESTIP De taalhacker. De beste en snelste manier om een taal te leren Gabriel Wyner, € 19,50 Bestel in onze webshop

Uit het onderzoek bleek dat het leren van nieuwe woorden verband houdt met het expliciete geheugen. Dit geheugen gebruik je ook om boodschappenlijstjes te onthouden en om je te herinneren wat je gisteren gegeten hebt (en wat dus de oorzaak is dat je nu boven de wc hangt).

Verder ontdekten de onderzoeker dat het leren van grammatica van de moedertaal bij kinderen correleert met het procedurele geheugen. Dit hersensysteem gebruik je ook als je als je leert fietsen of piano spelen. Bij volwassenen die net begonnen zijn om de grammatica van een nieuwe taal te leren, wordt een verband gezien met het expliciete geheugen. En in een latere fase met het procedurele geheugen.

De onderzoekers concluderen dat de hersensystemen waarmee we taal leren waarschijnlijk niet nieuw zijn. Het zijn oude systemen die al andere functies hadden en de ontwikkeling van taal er bij namen.

‘We denken en hopen dat ons onderzoek kan leiden tot spannende ontwikkelingen in ons begrip van de evolutie van taal’, zegt Michael Ullman, hoogleraar neurowetenschap aan de Georgetown University, in een persbericht.

Daarnaast kunnen de resultaten gevolgen hebben voor de manier waarop we een tweede taal leren. En het kan misschien mensen helpen met een taalstoornis zoals dyslexie of afasie. Zo zouden medicijnen waarvan is aangetoond dat ze het geheugen ondersteunen, zoals het alzheimergeneesmiddel memantine, het leren van een taal voor deze mensen kunnen vergemakkelijken.

Mis niet langer het laatste wetenschapsnieuws en meld je nu gratis aan voor de nieuwsbrief van New Scientist.

Lees verder:

Over de auteur

Dorine Schenk

Dorine Schenk is freelance wetenschapsjournalist voor o.a. NRC en New Scientist. Ze studeerde (astro-)deeltjesfysica aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast houdt ze van hardlopen. Volg haar op Twitter via @dorineschenk.



3 Reacties

  • Freud

    | Beantwoorden

    Ik lees het met een dubbel gevoel.
    Eindelijk zien we in dat we prima in staat zijn om met dieren te communiceren. Dat zij ook alle essentiele hersenontwikkeling hebben om ook recht van (vrij) bestaan te hebben op deze aardbol en dat we eindelijk in staat zijn om die dodelijk relgieuze middeleeuwse denkbeelden ovrr mens en dier los te laten.
    Tegelijkertijd ben ik verontrust over het tempo. Op deze manier zijn straks alle dieren die wij niet graag als huisdier hebben of willen opeten uitgestorven omdat wij veel te laat achter dit soort ontdekkingen komen die in mijn beleving gewoon common sense zouden moeten zijn.

  • NicoW

    | Beantwoorden

    De computer heeft deze ontwikkeling ook doorgemaakt. Zelfs een van de allereerste, de ENIAC. Men begon met gegevens (expliciete geheugen) die verwerkt worden middels een programma dat met draden was gecodeerd, als was het een telefooncentrale. Na enkele jaren ontstond het stored program concept, waarbij het programma (procedureel geheugen) in het geheugen werd gezet. Zo is het nog steeds. Bij Deep Learning zien we de volgende fases.

  • Derk Boonstra

    | Beantwoorden

    In de wetenschap werd alchemie vervangen door scheikunde en astrologie door astronomie. Breekt nu ook voor de taalkunde eindelijk de tijd aan dat de alfa’s met hun mooie verhalen worden vervangen door de bêta’s met hun exacte onderzoeksmethoden? Anders gezegd, gaat de academische wereld het einde van de middeleeuwen beleven? Dat kan nog wel even duren, want de literatuurprofessoren met hun “geesteswetenschap” vormen een machtige lobby met stevige connecties in de politiek en de diplomatie. Hopelijk kan een artikel als het bovenstaande de beleidsmakers aan het denken zetten. Bestudering van menselijke taal is geen alfa- maar een bêta-aangelegenheid.

Plaats een reactie