Zinkafval afbreken in plaats van opslaan

Bij de productie van zink komt de schadelijke mineraal jarosiet vrij, dat tot nu toe wordt opgeslagen. Hans Hage van de Universiteit Utrecht ontwikkelde een methode om het jarosiet af te breken.

Zinkfabrieken zoals Budelco in Dorplein bij Budel, Noord-Brabant, raffineren zinkerts en produceren daarmee forse hoeveelheden jarosiet, een afvalstof die veel zware metalen bevat. De promovendus Hans Hage van de faculteit Aardwetenschappen van de Universiteit Utrecht ontwikkelde een methode voor de afbraak van jarosiet. Niet alleen zorgt de methode voor het terugwinnen van de zware metalen, maar het restproduct is nog nuttig ook. Het afbraakproces is een zogenaamde waste-to-waste-technologie, waarbij jarosiet en rioolslib, een andere vervuiler, elkaar afbreken. Beide afvalstoffen worden daartoe in een drukvat opgestookt tot een temperatuur van 260 ºC. Na het terugwinnen van de zware metalen blijft slechts een onschadelijk blok steen over dat bijzonder geschikt is voor dijkbouw.

Naast rioolslib kan ook varkensmest de klus klaren. Beide bevatten namelijk cellulose, dat noodzakelijk is voor het afbraakproces. Dat is eigenlijk te mooi om waar te zijn, want het oosten van Noord-Brabant kampt met overschotten van zowel zinkafval als varkensmest. Toch komt Hages methode, hoewel die betaalbaar en milieuvriendelijk is, eigenlijk te laat. De zinkfabriek Budelco is overgestapt op een ander soort zinkerts, dat veel schoner is. Onder die voorwaarde mocht Budelco van de overheid de aanwezige afvalberg laten liggen. Wellicht dat zinkfabrikanten in andere landen er heil in zien. Hage hoopt er het beste van. Hij kreeg afgelopen 22 maart zijn doctorsbul.

PB

Over de auteur

Redactie NS



Plaats een reactie