‘We voelen ons te veel aangetrokken tot simpele boodschappen over eten’

Anthony Warner studeerde biochemie voordat hij als kok aan de slag ging. Sinds een paar jaar blogt hij als ‘The Angry Chef’ en maakt zich boos om onwetenschappelijke voedingshypes, zoals superfoods en detoxen. In zijn nieuwe boek De eetwijze(r) trekt hij daartegen dan ook weer fel van leer. Wij vroegen hem er uitgebreid naar.

We doen veel te moeilijk over eten, vindt Anthony Warner. Wat gezond is, is lastig te bepalen.

In uw boek beschrijft u een aantal redenen waarom mensen in voedingshypes zouden kunnen trappen. Wat is daarvan de belangrijkste?
‘We voelen ons aangetrokken tot eenvoud, tot simpele boodschappen. Dat geldt eigenlijk voor alles in het leven. We houden gewoon niet zo van nuance. Maar voedingswetenschap is juist heel genuanceerd.
‘Goed voedingsonderzoek doen is in de echte wereld enorm moeilijk. Je kunt niet zomaar een laboratoriumonderzoek doen naar de invloed van een enkel ingrediënt. En dus ben je gebonden aan onderzoeken waarbij mensen zelf hun voedingspatroon moeten opgeven. Of aan grootschalige bevolkingsonderzoeken. Dat maakt heldere conclusies trekken lastig.
‘Het gevolg is dat mensen zich laten verleiden door simpele boodschappen. Suiker is vergif, bijvoorbeeld. Of: gluten zijn slecht. Maar dat soort schijnzekerheid komt niet voort uit wetenschappelijk bewijs.’

Bent u zelf weleens in een voedselhype getrapt?
‘Toen ik biochemie studeerde, kwam ik in aanraking met antioxidanten. Ik had daar in mijn hoofd een simpel verhaaltje bij bedacht. Antioxidanten vernietigen vrije radicalen. En die zijn slecht voor je, want ze veroorzaken onder andere DNA-schade. Mensen die een dieet volgden met veel antioxidanten zijn ook vaak gezonder. Nu denk ik: dat is logisch, want dan eet je veel fruit en groenten.
‘Later bleek ook in dit geval dat het allemaal complexer ligt met die antioxidanten. Vrije radicalen blijken soms bijvoorbeeld juist goed voor je. Je maakt ze aan tijdens het sporten. En er zijn aanwijzingen dat ze bijdragen aan je immuunsysteem. Voedingssupplementen met extra antioxidanten zijn dan ineens misschien helemaal niet zo verstandig.
‘Dat weten we intussen al een tijdje, maar ik denk dat het grote publiek het niet weet. Dat ze het ook nooit ergens gezien of gelezen hebben. Die nuance is immers toch lastiger te verkopen dan X = goed, Y = slecht.’

LEESTIP In De eetwijze(r) trekt Anthony Warner ten strijde tegen wetenschappelijke onzin over eten. €20,00. Bestel nu in onze webshop.

Communiceren we dan ook verkeerd over de uitkomsten van voedingsonderzoek?
‘Ja. En niet alleen vanwege het gebrek aan nuance. Zo praten we in nieuwsberichten bijvoorbeeld altijd over relatieve risico’s. Dan lees je een krantenbericht waarin staat dat een bepaalde voedingsstof de kans op kanker met vijftig procent verhoogt, terwijl het eigenlijk gaat om een heel zeldzame vorm van kanker, waarop het risico überhaupt maar 1 op de 50.000 is. Dan is die verhoging in absolute zin ineens niet zo veel meer. Maar dat lees je niet. Je leest die vijftig procent. Vervolgens raken lezers in paniek.’

Waarom schrijven we er dan toch op die manier over?
‘Iedereen heeft er belang bij. De journalist heeft een mooi verhaal, dat gelezen wordt. De wetenschapper haalt met zijn onderzoek de krant. En de persafdeling van de universiteit is blij omdat de instelling in de media wordt genoemd. En het ergste is: alles is feitelijk ook nog eens juist. De betrokkenen hoefden alleen een getal op een beetje misleidende manier op te schrijven. Meer niet’

Kunnen we dan niet beter helemaal stoppen met schrijven over de uitkomsten van dit soort genuanceerd onderzoek?
‘Nee, dat denk ik niet. Alle kennis is interessant. We moeten alleen wel bewust met de uitkomsten omgaan. Er is bijvoorbeeld zo veel wetenschappelijk onderzoek dat de uitkomst van één enkel onderzoek statistisch niet zo veel zegt. Alleen: zo denken en schrijven we niet over wetenschap. Op school leren we dat wetenschap een verzameling vaststaande feiten is. Terwijl het eigenlijk gaat over onzekerheid, over een ontdekkingsreis.
‘Daardoor krijg je de situatie dat een wetenschapper in de krant of op televisie iets vertelt over zijn onderzoek, waarvan iedereen aanneemt dat het waar is. Even later vertelt een andere wetenschapper over een onderzoek dat dat tegenspreekt. Dan zijn mensen in verwarring, verliezen ze hun vertrouwen in de wetenschap.
‘Daarom moeten we onzekerheid en twijfel omarmen. Zeker wanneer het gaat over voeding. We moeten leren hoe de experts het bewijs evalueren, zodat je geen overhaaste conclusies trekt.
‘In krantenartikelen zit die onzekerheid overigens meestal wel, maar pas onder aan het stuk. In de laatste alinea’s duikt ineens de nuance op. Maar dan heb je de kop en de eerste drie paragrafen al gehad en is het kwaad al geschied.’

Iets anders dat aan voedselhypes bijdraagt is dat we tegenwoordig de drang voelen om ‘schoon’ te eten, schrijft u. Waar komt die drang vandaan?
‘Hoe verder we in ons dagelijks leven van de natuur vandaan komen, hoe meer we dat gaan idealiseren. Dat de natuur een verzorgend iets is, dat ons gezonder en beter maakt. Terwijl, maak je geen illusies: de natuur is soms ook wreed en onaangenaam, vol honger en dood. Toch leeft het idee heel sterk dat alles dat natuurlijk is ook meteen goed en gezond is. Dat is niet per se waar. Sommige van de heftigste giffen die we kennen, komen uit de natuur. De natuur kan je binnen de kortste keren een akelige, pijnlijke dood laten sterven.’

En dan idealiseren we volgens u ook nog eens het verleden?
‘Ja. We denken allemaal dat vroeger alles beter was. Psychologen die ik voor mijn boek sprak, vertelden mij dat dat misschien komt doordat bij onszelf alles met de tijd een beetje minder wordt, fysiek en mentaal. Dat we dat vervolgens ook vertalen naar de wereld om ons heen. Terwijl dat onzin is: ons dieet, onze gezondheid, onze levensduur – alles is met de tijd alleen maar beter geworden. Toch krijgen we nu te maken met onzin zoals het paleodieet, het idee dat het leven in de paleolithische periode gezonder was. Terwijl we toen gemiddeld 35 jaar oud werden en regelmatig crepeerden van de honger. We vergeten vaak wat een enorme vooruitgang we hebben geboekt.’

LEESTIP De special Voeding zit vol wetenschappelijk onderbouwde artikelen die afrekenen met hardnekkige voedingsmythen. Bestel in onze webshop

De mensen die voedingshypes aan de man proberen te brengen, hebben daar vaak financieel belang bij – van receptenboeken tot videokanalen. Toch vindt u hen niet ‘slecht’, zegt u in uw boek. Waarom niet?
‘Misschien maken ze soms een beetje misbruik van de situatie, maar veel van deze mensen geloven oprecht in hun eigen verhaal. Je moet je realiseren: dit soort denkbeelden zijn heel overtuigend. Zeker als we ze zelf meemaken. Als je je leven of gezondheid ineens weer op de rails krijgt, nadat je aan een bepaald dieet bent begonnen, is het heel gemakkelijk jezelf te overtuigen dat die verandering alleen daardoor komt. Daar kunnen mensen dan vervolgens heel gepassioneerde anekdotes over vertellen.
‘De kracht van zo’n anekdote is groot. Dat is zelfs hoe we medische behandelingen jarenlang benaderden. Ayurvedische geneeskunde, bijvoorbeeld, of traditionele Chinese medicijnen, hebben een geschiedenis van duizenden jaren, gebaseerd op anekdotisch bewijs van geslaagde behandelingen. De methoden die zij propageren werden ooit universeel geaccepteerd, terwijl er echt wel heel gekke dingen tussen zitten.’

Preekt u met dit boek niet vooral voor eigen parochie? Horen de mensen die u eigenlijk het liefst wilt bereiken uw boodschap wel?
‘Ik heb berichten gekregen van mensen die in dit soort verhalen getrapt waren en dankzij dit boek de andere kant hebben gezien, kritischer zijn geworden. Mijn doel is vooral dat mensen zich minder schuldig gaan voelen over wat ze eten. En die gevoelens heersen overal –  ook onder mensen die al in wetenschap geïnteresseerd zijn. Bovendien zijn sommige hypes zo groot dat iedereen er weleens aan deelgenomen heeft. Ook onder populairwetenschappelijke lezers zijn gegarandeerd mensen die weleens een detox hebben gevolgd, of vanwege een of andere voedselhype besloten om een maand lang geen koolhydraten te eten.’

Is de informatie in uw boek dan voldoende om hen te overtuigen dat soort dingen te laten?
‘Gedeeltelijk. Je moet bovenal je band met eten terugwinnen. Zonder schuldgevoel leren genieten. Eten helpt bij het opbouwen van sociale verbanden. Hoe meer we bezig zijn met diëten, met het definiëren van wat ‘goed’ eten en ‘slecht’ eten is, hoe groter die afstand wordt.
‘We weten uit de medische wetenschap bijvoorbeeld dat een uitsluitingsdieet, waarbij mensen vanwege medische redenen iets niet meer mogen eten, een grote impact heeft op iemands mentale gezondheid. Zo’n dieet sluit je namelijk ook sociaal uit, bakent je af van vrienden. Je wordt er dagelijks mee geconfronteerd. En nu gaan hele volksstammen ineens vrijwillig allerlei voedingsmiddelen vermijden. Dat lijkt mij een slecht idee.’

U zegt wel dat mensen zonder schuldgevoel moeten eten, maar moet je voor je eigen gezondheid soms niet goed opletten dat je niet teveel eet?
‘Ik word vaak beschuldigd dat ik met mijn boodschap de obesitasepidemie vererger. Toch ligt het – alweer – genuanceerder. Populatiestudies in de Verenigde Staten laten bijvoorbeeld zien dat het volgen van een dieet de beste voorspeller is van latere gewichtstoename. Ook uit tweelingstudies volgt iets soortgelijks. De focus op een dieet, dat schuldgevoel rond het eten, doet iets met een mens, denk ik. Mensen die professioneel boksen moeten bijvoorbeeld de ene keer afvallen en dan juist weer aankomen om hun gewichtslimiet te halen. Die mensen zijn na hun actieve sportcarrière vaak dikker dan andere ex-sporters. Natuurlijk: het is allemaal correlatie, en absoluut nog geen bewijs, maar het geeft wel een hint dat diëten helemaal niet zo goed voor je is. Het lijkt mij geen gezonde manier om met voeding om te gaan.’

En dan zijn er ook nog veel mensen die menen dat u in de zak van de voedingsmiddelenindustrie zit. Wat zegt u tegen hen?
‘Ik ben inderdaad al jaren een consultant voor de voedingsmiddelenindustrie. Ik ben daar compleet open over. Maar: het is niet zo dat zij mij geld betalen om dit verhaal te vertellen.
‘Ik ben een kok, ik werk met eten. Ik zou bijna zeggen: waar verwacht je dán dat ik zou werken? Zou het echt zoveel beter zijn wanneer ik in een luxe restaurant zou werken en mensen honderd pond zou vragen voor een bordje eten? Of als ik voor een voedseltijdschrift zou werken en mooie verhalen maak over eten?
‘Ik zeg altijd: werkelijk iedereen is op een bepaalde manier vooringenomen. Ik ben daarop geen uitzondering. Ik hou van eten, ik zal daar altijd van blijven houden en altijd mee blijven werken. En dat doe ik in de voedingsindustrie. Ik ben heel trots op dat werk, maar het heeft volgens mij geen invloed op wat ik te zeggen heb in mijn boek of op mijn blog.’

Mis niet langer het laatste wetenschapsnieuws en meld je nu gratis aan voor de nieuwsbrief van New Scientist.

Lees verder:

Over de auteur

George van Hal

George van Hal is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant en was tot september 2018 coördinerend redacteur bij New Scientist. George studeerde sterrenkunde, is zelfverklaard sciencefiction- en filmfanaat, en schreef daarover het boek Robots, aliens en popcorn. George zit op Google+ en Twitter. Meer informatie over George en zijn artikelen is te vinden op zijn website.



Plaats een reactie