Wageningen (NL) – Het is promovendus Joost Lücker van Universiteit Wageningen gelukt geurgenen van de citroenplant in een tabaksplant te bouwen. Ruikt de rokerscoupé in de toekomst naar citroen?


“Nee, en dat was ook absoluut niet de bedoeling van het onderzoek,” vertelt ir Erik Toussaint van Plant Research International in Wageningen. “Het gaat erom dat Joost heeft aangetoond dat genetische modificatie zich goed leent voor onderzoek naar plantaardige geur- en smaakstoffen.”
Lücker was benieuwd welke genen verantwoordelijk zijn voor de geur van bijvoorbeeld citroenen. Hij had daarvoor een aantal kandidaten die hij eerst in bacteriën bouwde. Hij analyseerde de enzymen en producten die de bacteriën vervolgens produceerden. Vier genen bleken te zorgen voor de productie van citroengeurstof. Deze genen plakte hij in tabaksplanten, waardoor die vervolgens naar muggenkaarsen begonnen te ruiken. Hiermee was de functie van de genen bewezen.
Een gen in een plant plakken, daar hebben plantengenetici al een tijdje een slimme truck voor. Er bestaat een bacterie, Agrobacterium tumefaciens, die zijn DNA plantencellen in kan schieten. Verder heeft hij de prettige eigenschap nogal gulzig te zijn naar los DNA in zijn waterige omgeving. Je kunt het gen dat je wilt plakken oplossen in het medium waar de bacterie in leeft. De bacterie slokt het DNA op en schiet het vervolgens in een plantencel als je bacterie en plant met elkaar in contact brengt.
“Genetische modificatie is een heel krachtige en directe manier om de functie van geur- en smaakgenen aan te tonen,” aldus Toussaint. De onderzoekers van Plant Research International willen hiermee een bijdrage leveren aan het doorgronden en sturen van geur- en smaakstofproductie in planten.

Jelka Lustenhouwer