‘Psychische klachten staan niet op zichzelf’

Klinisch psycholoog Lynn Boschloo ontdekte dat een te grove indeling van psychische klachten ertoe leidt dat veel informatie over patiënten verloren gaat.

Lynn Boschloo onderzoekt depressie op de afdeling psychiatrie van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG)
Lynn Boschloo onderzoekt depressie op de afdeling psychiatrie van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG)

Volgens u zijn labels als ‘depressie’ te algemeen. Kunt u dat uitleggen?
‘Om een diagnose te stellen, gebruiken we onder andere psychologische vragenlijsten. Daar stoppen we een hoop psychische klachten weg onder één etiket, zoals depressie, of in categorieën als aandachtsproblemen en naar binnen gerichte en naar buiten gerichte problemen. Uit mijn onderzoek blijkt dat mensen met hetzelfde etiket of uit dezelfde categorie toch heel verschillend kunnen zijn.
‘Sommige mensen met het label depressie zijn continu gespannen, terwijl anderen met hetzelfde label niet vooruit te branden zijn. Dat zijn haast tegengestelde klachten. En impulsiviteit valt bijvoorbeeld onder aandachtsproblemen, terwijl uit mijn onderzoek blijkt dat een deel van de jongeren die hier last van hebben, ook vaak kampt met nachtmerries en piekeren. En dat zijn toch duidelijk naar binnen gerichte problemen.’

Hoe hebt u dat onderzocht?
‘Ik heb zo’n honderd psychische klachten van een zelfrapportagelijst voor jongeren in een innovatief statistisch programma uit de natuurkunde gestopt om te testen hoe ze samenhangen. Stel dat een willekeurige jongere last heeft van piekeren, wat is dan de kans dat hij of zij dan ook last heeft van verlegenheid of impulsiviteit? Op basis van de resultaten heb ik een netwerk gemaakt, een soort plattegrond van hoe de symptomen samenhangen.
‘Normaal gesproken worden psychische klachten geclusterd in categorieën, zoals aandachtsproblemen, alsof het eilandjes zijn. Het netwerk dat wij vonden is duidelijk ingewikkelder.’

Wat komt er verder uit uw onderzoek?
‘Dat een jongere met angst vaak ook een flink aantal andere naar binnen gerichte klachten heeft, zoals veel huilen, gespannen zijn, piekeren en nachtmerries. Voor een jongere met verlegenheid is dit veel minder het geval. Nemen we een vragenlijst af bij een patiënt, dan kijken we alleen naar de totale score per categorie. Daardoor behandelen we een klacht als angst even zwaar als verlegenheid, terwijl het eerste probleem problematischer is.’

'Sommige mensen met het label depressie zijn continu gespannen, terwijl anderen met hetzelfde label niet vooruit te branden zijn.' Bron: Ryan Melaugh via Flickr CC
‘Sommige mensen met het label depressie zijn continu gespannen, terwijl anderen met hetzelfde label niet vooruit te branden zijn.’ Bron: Ryan Melaugh via Flickr CC

Wat is hier het gevaar van?
‘Dat er veel belangrijke informatie verloren gaat. Vooral in wetenschappelijk onderzoek is dat een probleem. Denk even terug aan die groep depressieve mensen. Zij kunnen dus zowel gespannen als futloos zijn en zowel meer als minder gaan eten. Toch vallen deze soms tegenstrijdige symptomen allemaal onder de noemer depressie. Het kan echter zijn dat bepaalde mensen met een depressie goed op antidepressiva reageren, terwijl anderen juist opknappen van gedragstherapie. Dit komt dan niet uit de studie naar voren, omdat onderzoekers alle depressieve proefpersonen bij elkaar stoppen. Ook komt het voor dat er in het ene experiment meer van die gespannen proefpersonen zitten en in een andere juist weer meer futloze mensen; mogelijk wisselen studies daarom nog wel eens in hun resultaten.’

Dehue Betere mensen Trudy Dehue
LEESTIP Betere mensen. Over gezondheid als keuze en koopwaar Trudy Dehue Bestel in onze webshop.

Hoe zou u dit anders aanpakken?
‘Door naar de specifieke symptomen te kijken. In eerder depressieonderzoek bij volwassenen heb ik aangetoond dat je zo beter kunt voorspellen hoe het iemand zal vergaan. Mensen die hoog scoren op slecht slapen, lopen bijvoorbeeld meer risico op een depressieve stoornis dan mensen die hoog scoren op overmatige eetlust. En voor het item overmatig slapen zag ik helemaal geen verband met depressie.
‘Door dus verder te kijken dan het algemene etiket kun je beter inschatten of iemand depressief wordt of niet. In vervolgonderzoek hoop ik op dezelfde manier beter te kunnen inschatten of iemand wel of niet goed reageert op een bepaalde behandeling.’

Mensen gedragen zich naar hun diagnose.
‘Patiënten hebben vaak een nogal stereotype beeld bij hun diagnose en op die manier kijken zij ook naar zichzelf. Dat kan er inderdaad toe leiden dat ze zich ernaar gaan gedragen. Hoe buitenstaanders omgaan met een patiënt wordt uiteraard ook gekleurd door het beeld dat zij hebben bij een bepaalde diagnose. Zo gaan mensen er vaak ten onrechte van uit dat iemand met ADHD altijd druk is. De verschillen tussen patiënten met dezelfde diagnose zijn vaak vele malen groter dan hun overeenkomsten.’

Moeten we af van de diagnoses?
‘Nee, want diagnoses hebben ook voordelen. Ze helpen enorm in de communicatie tussen clinici en zorgen voor een terecht gevoel van erkenning bij patiënten. Het is wel belangrijk om niet elke diagnose als zwart-wit te zien. Behandelaren weten ook goed dat het in hokjes denken gevaarlijk is. En hebben de vrijheid om hun behandeling aan te passen aan de patiënt. Vooral de niet-hulpverleners stigmatiseren.’

Altijd op de hoogte blijven van het laatste wetenschapsnieuws? Meld je nu aan voor de New Scientist nieuwsbrief.

Lees verder:

Over de auteur

Sarah Prins

Sarah Prins is neuropsycholoog en freelance wetenschapsjournalist. Ze schrijft met name over brein & psyche, gezondheid, maatschappij en het opgroeiende kind.



2 Reacties

  • Peter

    | Beantwoorden

    Denken dat we met wederzijds respect een stuk verder komen dan welk onderzoek dan ook.

  • Joyce.

    | Beantwoorden

    Diagnoses kunnen nuttig zijn, maar zij moeten geen doel zijn op zich. Bij iedere patiënt moet maatwerk worden geleverd. Zo kan het zijn dat een behandeling die niet precies bij de diagnose past van die patiënt toch aanslaat. Daarvoor moeten behandelaars verder kijken dan hun neus lang is (dat doen ze nu meestal niet). Zo kan dialectische gedragstherapie ook goed werken bij mensen met autisme, terwijl deze oorspronkelijk voor borderliners is ontwikkeld. Autisten krijgen de behandeling echter niet aangeboden, borderliners wel. Erg oneerlijk en onwenselijk. Men moet ietsje verder kijken dan het label en iedereen de best mogelijke behandeling aanbieden.

Plaats een reactie