Wie scharrelt waar?

Welke zoogdieren er in tuinen van particulieren rondlopen, is nauwelijks bekend. Onderzoek met infraroodcamera’s moet daar verandering in brengen.

Vrijwilliger Nico de Wolff (62) parkeert zijn fiets op het boerenerf van de familie Koeckhoven, aan de rand van Hoofddorp. Hier strekt de landbouwgrond zich uit tot aan de horizon. In de verte begint de bebouwing van Schiphol. We lopen naar de zijkant van het huis, waar onder een boom een houten stok in de grond staat met daaraan een blikje sardientjes bevestigd. Twee meter ervoor staat een infraroodcamera op het geheel gericht. De Wolff gaat door zijn knieën en haalt de geheugenkaart uit de camera.

Even later klapt hij aan de keukentafel van Joke Koeckhoven (58) zijn laptop open en laadt hij de 2230 foto’s die de afgelopen vijf weken door de wildcamera zijn gemaakt in het apparaat. Elke keer als er een bewegende warmtebron voor de lens kwam, heeft de camera foto’s gemaakt.

Egel Wildcamera – zoogdieren in de achtertuin
Egel

Sinds een jaar rouleren in Haarlemmermeer wildcamera’s in achtertuinen, zowel in kleine stadstuintjes als op boerenerven. Tot nu toe hebben in dertig tuinen camera’s gestaan. Ook in Meppel, Den Bosch, Rotterdam, Den Haag en Delft worden op dit moment dergelijke onderzoeken uitgevoerd. In vier andere gemeenten is het project inmiddels afgerond. Ecologen hopen zo te achterhalen welke zoogdieren gebruikmaken van tuinen. Tot nu toe was dit een blinde vlek op de kaart.

Ideaal onderzoeksinstrument

De Wolff: ‘Zoogdieren zijn de minst onderzochte diergroep in Nederland. Terwijl naar bijvoorbeeld de koolmees honderden onderzoeken zijn uitgevoerd, weten we over zoogdieren relatief weinig. Het is ook een lastige soortgroep om te onderzoeken: ze zijn schuw en vooral ’s nachts actief. De wildcamera is daarom een ideaal onderzoeksinstrument.’

De bebouwing in Nederland en de rest van West-Europa neemt snel toe. Ook intensiveert de landbouw. Veel dieren verliezen daardoor hun leefgebied, andere passen zich aan en zich weten tussen de huizen te handhaven. Ecologen zijn benieuwd hoe tuinen als leefgebied dienen. Het project Wildcamera – zoogdieren in de achtertuin is een samenwerking van de Zoogdiervereniging, Wageningen Universiteit, Natuurpunt en ecologisch bureau Silvavir, en wordt gefinancierd door de betrokken gemeentes.

Bunzing
Bunzing

De vrijwilligers die meewerken aan het onderzoek, noteren van elke tuin waarin een camera wordt neergezet, hoe het terrein eruitziet. Is het goed toegankelijk voor dieren, zijn er genoeg schuilgelegenheden? Op die manier kunnen de onderzoekers straks een relatie leggen tussen het tuintype en de zoogdieren die erin rondscharrelen.

Nieuwsgierige huiskat

De Wolff scrolt door de foto’s die de afgelopen weken zijn gemaakt. Op de eerste staat een merel, bij dag gefotografeerd. Hij hipt staccato door het beeld bij het doorscrollen. Dan komt de hond van Koeckhovens moeder in beeld, een zwarte labrador. Hij snuffelt aan het blikje sardientjes en geeft er een lik aan. Dan een koolmees, en een lijster. ’s Nachts (rond drie uur) verschijnt de langharige kat van Koeckhovens dochter voor de camera. Nieuwsgierig kijkt hij in de lens om zich vervolgens uitgebreid te gaan zitten likken. De volgende nacht is hij er weer en de daaropvolgende nachten ook, steeds nieuwsgierig snuffelend aan het visblikje waaruit door kleine gaatjes olie druipt.

Rat
Rat

Landelijk coördinator Sil Westra (37) van onderzoeksbureau Silvavir verzamelt alle gegevens. Hij zag opvallende verschillen tussen de onderzochte steden tot nu toe. ‘In het centrum van Wageningen – vlak bij de Veluwe – verscheen een vos voor de camera, in Nijmegen zagen we dassen door tuinen lopen, in Amersfoort zaten relatief veel bunzings.’

Echte opportunisten

Ook De Wolff had in Haarlemmermeer drie opnames van bunzings te pakken, waaronder één in een heemtuin en één in een villawijk tegen het centrum van Hoofddorp aan. In veel tuinen zag hij egels terugkomen. ‘Egels zijn echte opportunisten’, vertelt hij. ‘Zelfs in Vinex-tuintjes met een schutting eromheen zag ik ze voor de camera verschijnen.’

Zin in meer dierenfeitjes? Lees dan ‘De kloten van de mus’ van Kees Moeliker. €19,99. Bestel het boek in onze webshop!

Uit het onderzoek blijkt dat in 80, misschien wel 90 procent van de tuinen in Nederland egels voorkomen. Maar de absolute nummer één voor de camera is en blijft de huiskat.

Na een opname van een heggenmus en een gaai naderen we het eind van de serie foto’s.‘Het valt tegen’, zegt Koeckhoven, ‘ik had toch wel muizen en ratten verwacht. Of een vos, die lopen hier ook rond.’

‘Het is een lastige groep om te onderzoeken: ze zijn schuw en vooral ’s nachts actief’

Ook De Wolff had een grotere variëteit verwacht. ‘We zitten hier in het buitengebied en er staat een volière in de tuin. Meestal komen er wel knaagdieren af op het gevallen zaad. In sommige tuinen zijn het muizen, muizen en nog eens muizen die we terugzien.’

Huismuis
Huismuis

De winter is niet de beste tijd voor het wild – cameraonderzoek, volgens Westra. Veel zoogdieren zijn minder actief of in winterslaap. Toch is het waarschijnlijk vooral het intensieve gebruik van het landschap van Haarlemmermeer dat ervoor zorgt dat hier minder (zoog)dieren worden gezien dan in andere gemeentes.

De Wolff stapt weer op zijn fiets. Later vandaag zal hij de camera in een tuin in Abbenes installeren om hem vijf weken later weer op te halen.

Mis niet langer het laatste wetenschapsnieuws en meld je nu gratis aan voor de nieuwsbrief van New Scientist.

Lees verder:

Over de auteur

Kirsten Dorrestijn

Kirsten Dorrestijn schrijft het liefst over dieren, planten en natuurgebieden.



Plaats een reactie