Melkkoeien in de haven

Floating Farm, een drijvende boerderij, is een innovatielab voor de melkveehouderij. Er is veel belangstelling voor het bedrijf. ‘Hiermee loop je ook geen risico bij overstromingen.’

Floating Farm,Deze maand begint in de Merwehaven in Rotterdam de bouw van een drijvend melkveebedrijf. Deze koeientuin wordt opengesteld voor het publiek. De zuivelproducten zijn voor de inwoners van de stad.

De drijvende boerderij, Floating Farm, komt uit de koker van stichting Courage, die wordt geleid door Carel de Vries. Hij bedacht het concept samen met Beladon, specialist in bouwen op het water, en de lokale stadslandbouwer ‘Uit je eigen stad’.

Omgetoverde havens

‘Rotterdam heeft veel havens die voor moderne vrachtschepen te klein zijn en een nieuwe bestemming krijgen. In het centrum zijn de oudste havens al omgetoverd tot nieuwe woongebieden met appartementen, hotels en winkels. Stadslandbouw past daar prima bij,’ zegt De Vries.

De drijvende boerderij wordt negenhonderd vierkante meter groot en krijgt veertig melkkoeien. Het bedrijf is een innovatielab voor de nieuwste technische snufjes in de melkveehouderij. Zo worden mest en urine gescheiden opgevangen. De urine zakt door de doorlaatbare vloer en wordt via een drainagesysteem afgevoerd. Een robot schraapt continu de mest van de vloer. De urine wordt verwerkt tot een soort kunstmestconcentraat, terwijl de mest wordt uitgeperst, gedroogd en tot mestkorrels verwerkt.

De omgewerkte mest wordt straks gebruikt voor de productie van eiwitrijk ruwvoer, zoals gras en luzerne. Er wordt volop geëxperimenteerd met ledlampen in afgesloten klimatologisch gecontroleerde ruimten. ‘Dan hebben we het hele jaar door vers voer,’ zegt De Vries.

Waterbehoefte

De ambitie is om ook zelfvoorzienend te worden voor energie. Dat kan met zonnepanelen, kleine windmolens en biogasproductie. Daarnaast wil de Floating Farm onafhankelijk worden voor de waterbehoefte door opvang van regenwater, water zo veel mogelijk te hergebruiken en brak havenwater te zuiveren en te ontzilten.

De boerderij wordt gebouwd op betonnen drijflichamen. Meteen op die drijflichamen komen de ontvangstruimten en de technologie voor mestverwerking, zuivelproductie en energieopslag. Die afdeling is omgeven door glas, zodat bezoekers alles kunnen bekijken. ‘Dat is belangrijk want veel mensen weten niet waar melk vandaan komt,’ aldus De Vries. Vanaf het eerste dek leidt een trap naar de verdieping waar de koeien lopen tussen bomen en struiken. Het gevaarte steekt al met al tien meter boven de waterlijn uit.

‘Er is veel belangstelling vanuit het buitenland,’ zegt De Vries. ‘Veel wereldsteden liggen aan riviermondingen of aan zee. Die steden kampen met ruimtegebrek. Door te bouwen op water maak je gebruik van ruimte die anders onbenut blijft. Niet alleen voor woningbouw, maar ook voor landbouw. Bijkomend voordeel van bouwen op het water is dat je geen risico loopt bij overstromingen of het stijgen van de zeespiegel.’

Altijd op de hoogte blijven van het laatste wetenschapsnieuws? Meld je nu aan voor de New Scientist nieuwsbrief.

Lees verder:

Over de auteur

Peter de Jaeger

Peter de Jaeger rondde in 1982 de studie agrarische planologie in Wageningen af. Daarna ging zijn belangstelling steeds meer uit naar journalistiek werk. De Jaeger is winnaar van de Persprijs 2006 van het Wageningen Universiteits Fonds en is auteur van de boeken Zwerven door de Rith, Hoe verder boeren, Het Valkenberg, van hoftuin tot stadspark en Hartslag van Breda. In het dagelijks leven is hij wetenschapsjournalist voor diverse dagbladen en tijdschriften.



Plaats een reactie