Keizerspinguïns op glad ijs door het broeikaseffect

Stijgende temperaturen zullen het Zuidpool-ijs waarop keizerspinguïns wonen en broeden smelten. Biologen voorspellen dat het aantal pinguïns daardoor sterk zal afnemen.

Als gevolg van het broeikaseffect zal het aantal keizerspinguïns op de Zuidpool sterk afnemen. Hogere temperaturen smelten het Zuidpool-ijs waarvan de dieren afhankelijk zijn. Dat schrijven biologen deze week in het vakblad Nature Climate Change.

Pinguïnpopulaties zullen achteruit gaan als er veel Zuidpool-ijs wegsmelt. Bron: Vassil Tzvetanov (Flickr)
Het aantal pinguins zal sterk afnemen als er teveel Zuidpool-ijs wegsmelt.
Bron: Vassil Tzvetanov (Flickr)

Volgens Hal Caswell, die het onderzoek leidde, is het ijs essentieel voor keizerspinguïns. Te veel ijs dwingt de dieren om grote afstanden af te leggen om eten te vinden. Aan de andere kant betekent te weinig ijs een voedseltekort. Het krill dat ze eten is namelijk ook afhankelijk van de aanwezigheid van zee-ijs.

Onderzoekers hebben tot nu toe maar een van de 45 kolonies keizerspinguïns in detail bestudeerd. Andere kolonies bestudeerden ze vanuit de ruimte. Dat was gemakkelijk vanwege de poepsporen die de vogels achterlaten op het ijs. Caswell en zijn collega’s gebruikten de beschikbare informatie om te voorspellen wat de toekomst zal brengen voor de pinguïns.

Minder pinguïns

Volgens de voorspelling groeien de kolonies tot ongeveer 2040. Daarna zullen hun aantallen echter afnemen, omdat het zee-ijsoppervlak snel kleiner wordt. Het ziet ernaar uit dat de totale populatie in 2100 19 procent kleiner is. Twee-derde van de individuele populaties halveren. Die groepen verliezen meer ijs dan andere populaties, vanwege de plek waar ze zitten.

Andere onderzoekers geloven ook dat het broeikaseffect negatieve gevolgen zal hebben voor keizerspinguïns. Ze menen echter dat de populaties minder snel achteruit zullen gaan dan het model van Caswell voorspelt, omdat pinguïns zich goed kunnen aanpassen.

Het model van Caswell neemt aan dat individuele pinguïns altijd terugkeren naar dezelfde broedgebieden. Dat betekent dat ze doodgaan wanneer die plek verdwijnt. ‘Het model gaat er vanuit dat de kolonies gesloten populaties zijn, zonder immigratie of emigratie’, zegt David Ainley van Penguin Science, een educatief programma in Amerika.

Nieuw onderkomen

Pinguïns kunnen zich goed aanpassen en zoeken als het nodig is een nieuw onderkomen. Bron: Wikimedia Commons
Pinguïns kunnen zich goed aanpassen en zoeken als het nodig is een nieuw onderkomen.
Bron: Wikimedia Commons

De overlevingskans van de pinguïns is groter als ze naar nieuwe broedgebieden kunnen trekken. Volgens Michelle LaRue van de universiteit van Minnesota doen ze dat ook.

Met behulp van satellieten zag LaRue dat in drie jaar zes kolonies niet terugkeerden naar dezelfde broedlocatie. Volgens de onderzoekster vangt ze van jaar tot jaar af en toe een glimp op van de pinguïns, een indicatie dat ze ook op andere plekken verblijven. LaRue heeft ook een nieuwe kolonie ontdekt waar haar pinguïns waarschijnlijk nu vertoeven.

‘Het lijkt wel alsof de keizerspinguïns van kolonies kunnen wisselen’, zegt LaRue. Dat betekent dat de pinguïns niet dood zijn, maar wellicht een nieuw onderkomen hebben gevonden. LaRue presenteerde haar resultaten vorige week op de Ideacity conferentie in Toronto.

Lees ook:

Over de auteur

Andy Coghlan

Andy Coghlan is verslaggever voor New Scientist in Engeland.



Plaats een reactie