Van zout eten krijg je geen dorst

Van voeding met een hoog zoutgehalte krijg je geen dorst, maar wel honger. Onderzoek onder twintig astronauten en een stel muizen heeft dit aangetoond.

Als astronauten in de toekomst naar Mars gaan, wil je ze een nauwkeurig afgemeten en gebalanceerd voedselpakket meegeven. Het team van Jens Titze van de Vanderbilt-universiteit in Tennessee in de Verenigde Staten onderzocht hoe het zoutgehalte in de maaltijden vochtinname van de astronauten beïnvloedde in simulaties van een ruimtereis naar Mars van 105 en 205 dagen.

Meer urine

Van zout eten krijg je geen dorst, maar wel honger. Beeld: Foodimentary

De proefpersonen kregen over gelijke perioden voeding met een lage, middelmatige of hoge zoutconcentratie. De onderzoekers maten dat de proefpersonen bij meer zout, meer plasten en dat de zoutconcentratie in de urine hoger was.

Tot nu toe werd veelal aangenomen dat je meer plast als je zouter eet omdat je dan ook meer drinkt. Maar niets blijkt minder waar. Onderzoeker Natalia Rakova ontdekte dat de proefpersonen tijdens het zoute dieet helemaal niet meer dronken dan wanneer de voeding een laag zoutgehalte had.

Dit verrassende resultaat zette Titze aan het denken. ‘Welk mechanisme zit hierachter?’ Samen met onderzoeker Kento Kitada startte hij een studie in muizen. Beide onderzoeken publiceerde Titze gelijktijdig in het vakblad The Journal of Clinical Investigation.

De nieren

Ons lichaam, en ook dat van muizen, bestaat voor een groot deel uit water. Een stabiel vochtgehalte van het lichaam is belangrijk om goed te functioneren. De nieren zijn hiervoor verantwoordelijk.

Als water langs de nieren komt dan wordt het of opgenomen door de nieren, of uitgescheiden als urine. Dit is afhankelijk van de zoutconcentratie in de nieren en in de urine. Er wordt voortdurend naar een concentratie-evenwicht gestreefd. Door osmotische druk verplaatst het water naar waar het zoutgehalte het hoogst is.

Geconcentreerde urine

De muizen die veel zout te eten kregen, hadden net als de astronauten meer zout in de urine. ‘Door de osmotische druk zit er een maximum aan hoe geconcentreerd urine kan zijn’, zegt nefroloog Bob Zietse van het Erasmus Medisch Centrum uit, ‘als je meer zout wilt uitplassen, moet je ook meer water uitplassen’. Dus om de verhoogde zout concentratie te compenseren, zou het lichaam extra water aan de urine kunnen toevoegen.

Uit het onderzoek van Titze blijkt dit niet de enige strategie van het lichaam te zijn. In de nieren van de muizen met een hoog zoutgehalte in het dieet was er meer van het stofje ureum aanwezig. Het hoge ureumgehalte zorgde ervoor dat volgens de osmotische druk water, dat anders in de urine terecht was gekomen, terug de nieren in getransporteerd kon worden.

‘Ureum blijkt niet alleen een afvalproduct, zoals we eerst dachten’, zegt Friedrich Luft van het Max-Delbrück Centrum in Berlijn, die ook betrokken was bij het onderzoek. ‘Het speelt ook een belangrijke rol in het waterhuishouden in de nieren.’

De kosten

Water is meer dan een dorstlesser. Volgens auteur Alok Jha is water de verbindende factor voor alles dat leeft. Bestel zijn boek in onze webshop

Dankzij ureum hebben de zout-etende muizen minder last van dorst, maar dat heeft als gevolg dat ze wel meer honger krijgen. ‘Door de urine te concentreren via ureum in de nieren, raak je minder water kwijt’, legt Zietse uit, ‘maar het kost je ook wat.’ Het lichaam kan ureum aanmaken door glucose te verbranden. Dat kost energie.

Daarnaast is er nog een mechanisme dat de dorst verlaagt en de honger verhoogt. De muizenlichamen bleken bij een hoog zoutgehalte in het dieet extra water te genereren om toch genoeg zout af te kunnen voeren via de urine.

Afbraak van de spieren

Bij verbranding van eiwitten zet het lichaam deze om in koolstofdioxide en water. De koolstofdioxide ademen we weer uit en het water kan via de urine uitgescheiden worden. De muizen die veel zout te eten kregen en maar beperkte toegang tot drinken hadden, vielen behoorlijk af. De onderzoekers toonden aan dat hun lichaam spierweefsel had afgebroken en op die manier extra water had gegenereerd.

Het lichaam verbrandt dus meer energie om ureum aan te maken en om water te genereren. Dat zou verklaren waarom zowel de muizen, als de kosmonauten, hongeriger waren bij een hoog zoutgehalte. ‘Maar in hoeverre we de resultaten uit de muizen kunnen generaliseren is nog maar de vraag’, waarschuwt Zietse,

Dat je niet meer dorst krijgt van een bakje chips, dat is gebleken uit beide onderzoeken. En Titze en zijn collega’s lijken het mechanisme gevonden te hebben. Maar waarom het lichaam niet de energie-zuinige oplossing kiest en gewoon om een extra glas water vraagt via dorst, blijft de vraag.

Mis niet langer het laatste wetenschapsnieuws en meld je nu gratis aan voor de nieuwsbrief van New Scientist.

Lees verder:

Over de auteur

Kristel Kleijer

Kristel Kleijer is stagiaire bij New Scientist en freelance wetenschapsjournalist. Na een promotie in de moleculaire neurobiologie, verdiept ze zich nu in verschillende vakgebieden. Met mooi weer vind je haar op deracefiets, met slecht weer aan de keukentafel rond een bordspel.



Plaats een reactie