Fijne smaak van bier dankzij fruitvlieg

De karakteristieke smaak van bier is eigenlijk bedoeld voor het aantrekken van insecten zoals fruitvliegjes. Gistcellen, die de verantwoordelijke aromastoffen produceren, gebruiken de poten van de vliegjes als transportmiddel voor verdere verspreiding in de natuur.

Het Oktoberfest in München. Mede mogelijk gemaakt door de fruitvlieg. Bron: Christian Benseler
Het Oktoberfest in München. Mede mogelijk gemaakt door de fruitvlieg. Bron: Christian Benseler

Door de aanmaak van aromastoffen lokken gistcellen fruitvliegjes waarop ze kunnen meeliften. Hierdoor kunnen de cellen zich beter verspreiden in de natuur. Deze ontdekking werpt licht op een al enige tijd bestaand raadsel. Hoewel het namelijk al bekend was dat gistcellen mede de geur en smaak van dranken als bier en wijn bepalen, bleef onduidelijk welk voordeel ze hier zelf door genieten.

Aroma

Onderzoekers toonden via een aantal tests het verband aan tussen de aanwezigheid van het aroma-gen ATF1 in de gistcellen en de verspreiding van de cellen door fruitvliegjes. Door het ATF1-gen kan gist aromastoffen aanmaken. Deze stoffen zijn vergelijkbaar met de aroma’s die vrijkomen bij rijpend fruit.

In een soort arena plaatsten de onderzoekers aan de ene kant natuurlijke gistcellen die het ATF1-gen bevatten. Aan de andere kant plaatsten ze gemuteerde gistcellen waarbij dit gen was verwijderd. Fruitvliegen bleken een stuk meer aangetrokken tot de natuurlijke gistcellen.

Verspreiding

In een volgende test bewezen de onderzoekers dat het verschil in aantrekkingskracht ook de mate van verspreiding van de cellen bepaalt. Hiervoor kregen beide soorten gistcellen een fluorescerende marker. Fruitvliegjes konden vervolgens in een testopstelling gedurende 14 uur aan de haal gaan met de cellen. Na die periode bleken cellen met het ATF1-gen veel beter verspreid dan die van de gemuteerde variant.

In een persverklaring leggen de onderzoekers uit dat de testresultaten ook van belang kunnen zijn voor andere onderzoeksterreinen. Relaties tussen insecten en eencellige organismen spelen namelijk een grote rol in bijvoorbeeld de landbouw of bij de verspreiding van allerlei ziekten.

Fruitvlieg

De relatie tussen gist en fruitvlieg heeft in ieder geval als mooie bijvangst het bieraroma opgeleverd. Overigens stippen de onderzoekers nog wel aan dat het aantonen van een bewuste evolutionaire ontwikkeling achter de ontdekte rol van het ATF1-gen een moeilijke opgave is. Desalniettemin lijkt een kleine proost op de fruitvlieg zeker op zijn plaats.

Lees ook:

Over de auteur

Joris Janssen

Joris begon als stagiair bij de redactie van New Scientist en is sindsdien niet meer weggegaan. Hij studeerde aardwetenschappen en milieukunde. Joris schrijft artikelen en coördineert de boekenuitgaven van New Scientist. Hij is te vinden op Twitter en op Google+.



Plaats een reactie