‘Elk dier is anders’

Frans de Waal doorloopt in zijn nieuwe boek de ontwikkelingen die de wetenschappelijke wereld onderging voordat die de intelligentie van onze dierlijke broeders aanvaardde. ‘We mogen best wat nederiger worden’.

Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn? Frans de Waal, € 24,99 Bestel in de webshop

In zijn nieuwe boek Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn? bespreekt gedragsbioloog en primatoloog Frans de Waal de geschiedenis van zijn vakgebied. ‘Tegenwoordig is het bestuderen van de geest, intelligentie en cognitie van dieren een serieuze wetenschap. Maar dat was vroeger anders’, zegt hij. ‘We mogen wat nederiger worden. In plaats van de mens tot maat van alle dingen te maken, moeten we andere soorten evalueren aan de hand van wat ze zijn’.

De Waal beschrijft in zijn boek de ontwikkelingen die de gedragsbiologie, ook wel ethologie, doorlopen heeft voordat ze haar huidige status bereikte. Hij doet dit aan de hand van een aantal van de opwindendste experimenten en ontdekkingen van de afgelopen jaren, die hij verheldert met zelfgetekende illustraties.

Een van de interessantste experimenten vindt De Waal die van Wolfgang Köhler, zo’n honderd jaar geleden, waarbij geconcludeerd werd dat chimpansees problemen in hun hoofd kunnen oplossen. ‘Er werd gekeken hoe chimpansees een hoog opgehangen banaan zouden pakken. Aanvankelijk lukte het ze niet, maar na het tafereel een tijdje te hebben gadegeslagen, zette een van de chimpansees kisten op elkaar, klom erop, en pakte de banaan.’

Ook bespreekt De Waal waarom de meerderheid van de wetenschappelijke wereld intelligentie en cognitie bij dieren voor lariekoek aannam. ‘Als onderzoekers een bepaalde capaciteit, of bepaald gedrag niet aantroffen bij een dier was het er volgens hen niet. Maar elk dier is anders, daar moet rekening mee gehouden worden bij het ontwikkelen van proeven’, stelt de auteur.

Men dacht bijvoorbeeld dat olifanten niet intelligent waren omdat ze geen werktuigen gebruikten. ‘Maar ze vergaten dat het oppakken van werktuigen met de slurf het reukvermogen van de olifant beperkt ‒ een wezenlijk verschil’.

Ook haalt de auteur de spiegelproef aan. ‘Onderzoekers zagen dat olifanten zichzelf in een spiegel niet herkenden. Er werd direct aangenomen dat olifanten geen zelfbewustzijn hadden.’ Deze conclusie baseerden
de onderzoekers echter op een proef met een kleine spiegel. ‘Bij het gebruik van grotere spiegels herkenden de olifanten zichzelf wel’, zegt hij.

Wanneer een dier iets deed dat duidde op intelligentie, cognitie of zelfbewustzijn, werd dit soort gedrag vaak toegeschreven aan een leerproces. De dieren kregen een beloning wanneer ze het juiste gedrag vertoonden en werden gestraft bij een verkeerde handeling. De Waal: ‘Je kon niet zeggen dat chimpansees intelligenter waren dan duiven, want de chimpansees leerden waarschijnlijk gewoon sneller. Tot ongeveer 25 jaar geleden werd geprobeerd elk cognitief verschijnsel in dat zogeheten beloning- en strafmodel te passen. Of het nou werktuiggebruik of zelfbewustzijn was. ‘De algemene acceptatie van de ethologie als een serieuze wetenschap heeft een hoop moeite gekost.

Helaas heeft het vakgebied in Nederland zijn hoogtijdagen, met onderzoekers zoals Niko Tinbergen, wel gehad. Maar, meent De Waal, het komt samen met de weer opgelaaide interesse in de natuur weer op. Bij die hernieuwde interesse staat een boek als dit zeker niet verkeerd.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste wetenschapsnieuws? Meld je nu aan voor de New Scientist nieuwsbrief.

Lees verder:

Over de auteur

Karlijn Klei

Karlijn Klei studeert biologie aan de Universiteit van Amsterdam en is stagiair bij New Scientist.



Plaats een reactie