Astronomen hebben planetoïde 2024 YR4, die eerder dit jaar op weg leek om in 2032 misschien de aarde te raken, nader bestudeerd met de James Webb-ruimtetelescoop. De aarde lijkt nog steeds veilig, maar dat geldt mogelijk niet voor de maan.
Eerder dit jaar waarschuwden ruimtevaartorganisaties dat de grote planetoïde 2024 YR4 een verontrustend grote kans van 3,1 procent had om in 2032 de aarde te raken. Gelukkig brachten meer gedetailleerde waarnemingen die kans al na een paar weken terug tot bijna nul. Nu laat een nieuwe analyse van waarnemingen van de James Webb-ruimtetelescoop (JWST) zien dat er wel nog een kans is dat hij onze maan zal raken – iets waar astronomen erg benieuwd naar zijn.
60 meter
In februari, toen de kans op een inslag op onze planeet nog groot was, vroegen astronoom Andrew Rivkin van de Johns Hopkins-universiteit in de VS en zijn collega’s waarneemtijd aan met de JWST om naar de ruimterots te kijken. Op 26 maart mochten ze de telescoop vijf uur lang op de planetoïde richten. Dat heeft bijgedragen aan een beter begrip van 2024 YR4.

Donkere materie moeten we eigenlijk onzichtbare materie noemen
De naam 'donkere materie' suggereert onjuist dat deze materie licht absorbeert. Daarom zou je het beter onzichtbare materie kunnen noemen.
Eerdere schattingen van telescopen op aarde gaven bijvoorbeeld aan dat de planetoïde ergens tussen de 40 meter en 90 meter in diameter is. Maar die schattingen waren gebaseerd op waarnemingen met zichtbaar licht, wat betekent dat astronomen moesten gokken hoeveel licht de rots reflecteert. Dankzij de infraroodsensoren van JWST weten we nu dat hij een diameter van ongeveer 60 meter heeft – plus of min 7 meter.
Als 2024 YR4 nog steeds op weg zou zijn naar de aarde, zou dit groot genoeg zijn om een reactie uit te lokken van de Space Mission Planning Advisory Group, die wordt gesteund door de Verenigde Naties. Zij zouden dan waarschijnlijk een snelle missie opzetten in een poging om de planetoïde af te laten buigen en een mogelijke verwoesting van een stad te voorkomen.
Interessante inslag
In plaats daarvan zijn astronomen nu blij met het vooruitzicht dat 2024 YR4 in 2032 de maan zou kunnen raken. Dat geeft hen namelijk de unieke kans om de inslag van een ruimterots met bekende grootte, snelheid en samenstelling te zien en de resultaten te bestuderen. De verwachting is dat dit een krater zal opleveren van ongeveer een kilometer doorsnee. Op dit moment is de kans op een maaninslag 2 procent.
‘Een deel van onze motivatie om specifiek deze planetoïde te blijven observeren is om erachter te komen of die botsingskans groter wordt of ook naar nul gaat’, zegt Rivkin. ‘Maar dat die kans 2 procent is, betekent dat er een kans van 98 procent is dat hij de maan niet raakt. Als je in een casino zou zijn, zou je gek zijn om die weddenschap aan te gaan.’
‘We duimen voor een maaninslag’, zegt astronoom Alan Fitzsimmons van de Queen’s Universiteit van Belfast in het Verenigd Koninkrijk. ‘Dat zou namelijk geen gevolgen hebben voor de aarde, maar het zou ons wel in staat stellen om voor de allereerste keer de vorming van een maankrater door een bekende planetoïde te bestuderen.’
Lichtflitsen
Astronoom Mark Burchell van de Universiteit van Kent in het Verenigd Koninkrijk zegt dat zo’n voorspelde inslag van een planetoïde een fantastische gelegenheid zou zijn om de lichtflitsen te bestuderen die bij zulke botsingen te zien zijn. ‘Vroeger dacht men dat dit onmogelijk te zien was, totdat rond 2000 enkele mensen bewezen dat je met twee telescopen tegelijk dezelfde lichtflits kunt zien. Daarmee toonden ze aan dat het dus geen zonnestraal was of een storing in een CCD-camera of wat dan ook’, zegt Burchell.
Sommige kunstmatige objecten zijn opzettelijk op de maan ingeslagen en hebben een dergelijke flits veroorzaakt, zoals de SMART-1 van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Die geplande inslag leverde voor astronomen al waardevolle informatie op. Hoewel er geen gebrek is aan natuurlijke planetoïden die op de maan inslaan, zijn zulke inslagen namelijk moeilijk te voorspellen. En zelfs als inslaande objecten worden gezien, hebben ze een onbekende massa en snelheid, wat wetenschappelijke analyses ervan moeilijk maakt.
Om zo’n flits bij 2024 YR4 te zien, zou het niet alleen nodig zijn dat hij de maan raakt. Hij moet dat dan ook doen aan de kant die naar de aarde is gericht én in het donkere gedeelte. Bovendien heb je dan een waarnemer nodig op de juiste plek op aarde, die ook nog geluk heeft met het weer. Dat maakt het waarnemen van die flits extreem onwaarschijnlijk, zelfs als de inslag plaatsvindt.
‘Maar als aan al deze voorwaarden wordt voldaan, dan heb je een perfect gecontroleerd experiment. Iets van een bekende grootte en een bekende snelheid raakt dan de maan waardoor je kunt zien wat de intensiteit van de bijbehorende flits is. Het is dus een geweldig experiment en een perfecte gelegenheid’, zegt Burchell. ‘Met telescopen zou het zeker te zien zijn, lijkt me, en met verrekijkers misschien ook.’