Weekendeditie #14 - 2015

Voorbij Pluto: de laatste woorden van New Horizons

De nu al succesvolle ruimtesonde New Horizons heeft nog één belangrijke ontmoeting voor de boeg. In 2019 zal deze sonde voor het eerst een blik werpen op een van de bouwstenen van onze planeten.

Na hij zijn belangrijkste taak – waarnemingen doen aan Pluto en diens manen – succesvol heeft afgerond, dringt NASA’s ruimtesonde New Horizons dieper en dieper de onontgonnen woestenij binnen die bekend staat als de Kuipergordel. Dit uitgestrekte gebied buiten de baan van de gasreus Neptunus bevat miljoenen ijzige brokstukken die astronomen ‘Kuipergordelobjecten’ noemen. Vermoedelijk zijn vele daarvan relatief ongerepte overblijfselen van de vorming van ons zonnestelsel, zo’n 4,6 miljard jaar geleden.

Terwijl de wereld zich nog steeds vergaapt aan de adembenemende foto’s van de bekendste bewoner van de Kuipergordel, de dwergplaneet Pluto, bereidt de kleine, dappere sonde zich voor op een laatste bezoek. Dat is geen sinecure: de laatste bestemming van New Horizons is veel kleiner dan de dwergplaneet en er bestaat bovendien onzekerheid over de exacte positie. Maar als alles volgens plan verloopt, zou deze afscheidsmissie wel eens de meest onthullende fase kunnen worden van een toch al opzienbarende reis.

Cruciale objecten

‘Als je wilt begrijpen hoe het zonnestelsel is geëvolueerd en hoe de planeten zich hebben gevormd, dan zijn de Kuipergordelobjecten cruciaal’, zegt Michele Bannister van de University of Victoria in Canada. Bannister werkt mee aan de Outer Solar System Origins Survey, een project dat als doel heeft de Kuipergordel in kaart te brengen, en de vinger te krijgen achter de manier waarop deze is ontstaan. Door voor het eerst beelden aan te leveren van een van de kleinere bewoners, kan New Horizons op de valreep van zijn actieve bestaan meehelpen de geschiedenis te herschrijven van onze eigen kosmische woonwijk.

Dit laatste doel is bepaald geen bijzaak. Het bezoek aan een tweede Kuipergordelobject stond van meet af aan op de agenda, zegt John Spencer van de Southwest Research Institute in Boulder, Colorado, die deel uitmaakt van het team dat dit laatste deel van de missie begeleidt. ‘In 2002, toen de sonde nog in ontwikkeling was, dachten we al serieus na over wat ervoor nodig zou zijn.’ Het belangrijkste was dat de ingenieurs de raketmotoren van voldoende brandstof zouden voorzien om ook in een late fase van de missie te kunnen bijsturen. ‘Zonder de mogelijkheid koerscorrecties uit te voeren zouden we niet in staat zijn dicht bij een object in de buurt te komen – behalve dan door stom toeval’, zegt Spencer.

De grote uitdaging was echter het bepalen van de bestemming. Hoewel de Kuipergordel naar schatting honderdduizenden objecten bevat, bleek het een hele klus om objecten op te sporen die zich binnen het bereik van New Horizons zouden bevinden.

Nooit meer een artikel missen?

Neem dan nu een abonnement op New Scientist weekend!

  • Elk weekend 3 diepgravende longreads en exclusieve rubrieken
  • De verhalen uit de weekend editie verschijnen niet in de papieren New Scientist
Neem een abonnement Login om verder te lezen

Over de auteur

Will Gater