Weekendeditie #2016/17 - 2016

De nieuwe geschiedenis van het zonnestelsel

De bewijzen stapelen zich op dat ons beeld van de vroege aarde helemaal niet klopt. Het leven ontstond veel eerder – mede dankzij een mysterieuze vijfde gasreus die zich schuilhoudt in de buitengebieden van het zonnestelsel.

Van de 200.000 scherven zirkoon die Mark Harrison sinds het midden van de jaren tachtig in Australië verzamelde, bevatte slechts één het spul waarnaar hij op zoek was: twee stukjes grafiet ter grootte van een bloedcel. Veel lijkt dat niet – maar het zou alles wat we weten over het leven op aarde op losse schroeven kunnen zetten. Harrison, die als geoloog verbonden is aan de University of California in Los Angeles, herinnert zich dat hij dacht: ‘Potverdorie, dit duidt op een biologische oorsprong.’ Dat betekent dat de stukjes grafiet gevormd moeten zijn door een levend organisme. Maar hoe dan? Ze bevinden zich immers in een zirkoonscherf die 4,1 miljard jaar begraven heeft gelegen onder de Jack Hills in westelijk Australië. Dat zou erop wijzen dat de planeet 300 miljoen jaar eerder door leven gekoloniseerd werd dan altijd werd aangenomen. Sterker nog: de eerste levende organismen zouden dan al bestaan hebben toen de aarde daar nog helemaal niet geschikt voor was. Onze planeet was immers lange tijd een vulkanische hel van gesmolten gesteente die geteisterd werd door bombardementen van ruimtepuin. Als Harrisons fossielen inderdaad de waarheid vertellen, dan dient niet alleen de geschiedenis van het leven op aarde herschreven te worden, maar ook de geschiedenis van het zonnestelsel.

Tot nu toe dachten we wel zo’n beetje te weten hoe het in elkaar zat. Ongeveer 4,6 miljard jaar geleden begon in een doorsnee sterrenstelsel een uitgestrekte wolk van stof en gas samen te trekken tot een compacte bal materie. Naarmate er meer materiaal werd aangetrokken, namen de druk en temperatuur toe tot op het punt dat er kernfusie ontbrandde. Hier kwamen enorme hoeveelheden energie bij vrij: de zon was geboren.

Terwijl de jonge ster langzaam om zijn as begon te draaien, nestelden kleinere objecten zich in banen eromheen. In banen vlak bij de zon kookten grote hoeveelheden ijs en water weg, zodat zich relatief kleine, rotsachtige planeten vormden. Verder weg zorgden de lagere temperaturen ervoor dat er enorme werelden van ijs en gas konden ontstaan. Al deze objecten bewogen zich onder dezelfde hoek in vrijwel cirkelvormige banen.

Het was een overzichtelijk verhaal. Maar naarmate er meer details bekend werden, werd ook duidelijk dat het beeld incompleet was. Zo slaagde het er niet in de hoeveelheid en verdeling van de duizenden zogenaamde Trojaanse planetoïden te verklaren die zich in de baan van Jupiter bevinden. Ook de Kuipergordel – de ijzige zone voorbij Neptunus waar onder andere Pluto toe behoort – liet er zich moeilijk door duiden. Misschien wel het moeilijkst te verklaren waren de aanwijzingen dat onze kosmische woonwijk hevig onder vuur heeft gelegen. Stenen die door de Apollo-astronauten mee terug werden genomen naar de aarde hebben uitgewezen dat de grote hoeveelheid inslagkraters op de maan de resten vormen van een langdurig bombardement dat 3,9 miljard jaar geleden plaatsvond. Dat strookt eigenlijk helemaal niet met het conventionele model.

Nachtmerrieachtig landschap

Nooit meer een artikel missen?

Neem dan nu een abonnement op New Scientist weekend!

  • Elk weekend 3 diepgravende longreads en exclusieve rubrieken
  • De verhalen uit de weekend editie verschijnen niet in de papieren New Scientist
Neem een abonnement Login om verder te lezen

Over de auteur

Colin Stuart