Weekendeditie #2016/01 - 2016

Hoe je de taal van emoties kunt leren begrijpen

Als je de taal van emoties begrijpt, kun je er beter mee omgaan. Die taal kun je leren aan de hand van drie vaardigheden: perceptie, begrip en regulatie van emoties.

Lezers die de een-na-laatste animatiefilm van Pixar, Inside Out, hebben gezien, zullen de volgende scene herkennen. Een meisje genaamd Riley prikt humeurig in haar avondeten. Haar vader voelt dat er iets mis is en vraagt hoe haar schooldag was. In het hoofd van Riley bedient een klein, groen meisje genaamd Afschuw een schakel, en Riley rolt met haar ogen. ‘School was geweldig, nou goed?’, antwoordt ze sarcastisch. In de controlekamer van het hoofd van Vader doet een magere man genaamd Angst verslag van de reactie van Riley aan een karakter genaamd Woede, die de leiding schijnt te hebben. ‘Treed op!’, gebiedt hij. ‘Riley, je houding staat me totaal niet aan’, zegt Vader. De situatie escaleert. Riley roept: ‘Houd gewoon je mond!’ Daarmee activeert ze een grote rode knop in het hoofd van Vader. ‘Zo kan die wel weer!’, schreeuwt hij. ‘Naar je kamer!’

De makers van de film Inside Out bieden de kijkers een origineel perspectief op onze emoties. Dat perspectief is vermakelijk, maar de film bevestigt de opvatting dat onze emoties ons in hun greep houden – dat ze machtig zijn, primitieve krachten waar je moeilijk een vinger achter krijgt, of het nu gaat om onze eigen emoties of om die van anderen. Het is een opvatting waarbij je vraagtekens kunt plaatsen, maar toch is die wijdverspreid, tot frustratie van veel psychologen. Andere dieren zijn misschien slaaf van hun emoties, maar het emotionele leven van mensen is complexer, en laat meer ruimte voor bewuste overdenking, zo beargumenteren ze. Bovendien geldt dat controle over onze emoties niet alleen belangrijk is voor psychisch welzijn, maar ook voor succes in het leven.

Het concept ‘emotionele intelligentie’ kwam twee decennia geleden bovendrijven en sloeg meteen aan. Het prikkelde ons met het idee dat behalve een IQ we ook een EQ hebben. Het schiep de verwachting dat we zouden kunnen meten hoezeer iemand zijn eigen emoties begrijpt. Maar het concept kampt met problemen. Het belangrijkste daarvan is misschien wel dat het suggereert dat mensen met een laag EQ daar hun leven lang aan vastzitten. EQ-testen bereiken bovendien zelden datgene waarvoor ze vaak ingezet worden: het vinden van de emotioneel meest geschikte kandidaat voor een bepaalde baan. Psychologen nemen daarom afstand van het concept emotionele intelligentie. In plaats daarvan onderscheiden ze nu drie vaardigheden die ons kunnen helpen om emotioneel vaardiger te worden, en om daarvan de vruchten te plukken.

Als je emoties herleidt tot hun wortels, dan lijkt de notie dat we in hun greep zijn terecht. Emoties evolueerden zodat dieren snel konden reageren in allesbepalende situaties. De ‘vecht of vlucht’-reactie is een klassiek voorbeeld. Nog voordat je je bewust bent van angstgevoelens, zijn je lichaam en geest al gereed voor actie – je hart pompt, je blik is gefocust, je bloed stroomt naar je hoofd en je ledematen. Emoties veroorzaken fysiologische veranderingen in alle dieren, maar bij mensen zijn het meer dan alleen onderbewuste oproepen tot actie. ‘Menselijke emoties hellen sterk over naar het sociale vlak’, zegt evolutionair psycholoog Mark Pagel, die is verbonden aan de universiteit van Reading in het Verenigd Koninkrijk. ‘We hebben jaloezie, sympathie, een gevoel van onrecht, en schuld. Het zijn deze sociale emoties die onze soort echt uniek maken.’ Het zijn dezelfde emoties die onze levens soms zo gecompliceerd maken.

Sommige mensen kunnen duidelijk beter met emoties omgaan dan anderen. Dat verklaart misschien voor een deel waarom het concept van emotionele intelligentie zo breed aansloeg. Dat gebeurde in 1995, volgend op de publicatie van een boek van de psycholoog Daniel Goleman. Het boek, getiteld Emotional Intelligence: Why it matters more than IQ, groeide uit tot een internationale bestseller. Het leidde tot een lucratieve handel in psychologische testen. Die testen zouden het voor werkgevers gemakkelijker maken om emotioneel intelligente kandidaten te selecteren die geschikt zijn voor bijvoorbeeld managementposities of voor een loopbaan in de geneeskunde. Maar niettegenstaande de hype en de grote geldbedragen, overheerst nu toch het gevoel van teleurstelling – en niet alleen onder werkgevers. ‘Mensen vragen: ‘Waar was het in hemelsnaam goed voor?’’, zegt Klaus Scherer, de directeur van de Swiss Centre for Affective Sciences in Geneva.

Een van de tekortkomingen van de testen is dat ze gebruikmaken van zelfbeoordeling. Deelnemers worden gevraagd om hun kwaliteiten zelf te beoordelen – bijvoorbeeld of ze in staat zijn om in heikele situaties de rust te bewaren. Vooropgesteld dat deelnemers de testen naar eer en geweten invullen, geldt nog steeds dat deelnemers zelfbewustzijn zouden kunnen missen en daardoor onbedoeld onjuiste antwoorden kunnen geven. Een andere zorg is dat de testen eerder onze persoonlijkheid en algemene ontwikkeling testen dan dat ze daadwerkelijk meten hoe goed we omspringen met emoties. Gebleken is dat wanneer je corrigeert voor beide tekortkomingen, testscores weinig tot niets blijken te zeggen over hoe competent iemand een werkplek zal invullen.

Scherer merkt op dat het concept van emotionele intelligentie aansloeg nog voordat er gedegen wetenschappelijk onderzoek naar was verricht. Onze kennis van menselijke emoties is aanzienlijk. We weten bijvoorbeeld dat alhoewel sommige mensen van nature emotioneel bekwamer zijn dan anderen, ieder van ons kan leren om effectiever met emoties om te springen.

De notie van emotionele intelligentie is misleidend, alleen al omdat de term EQ het bestaan van een aangeboren en onveranderlijke maat suggereert – vergelijkbaar met een IQ – zelfs al beloven voorstanders dat werknemers, studenten, of wie dan ook wel degelijk hun score kunnen opschroeven. Veel psychologen geven nu de voorkeur aan de term ‘emotionele competentie’, omdat het daarbij nadrukkelijk gaat om een vermogen dat je kunt ontwikkelen. Velen stellen dit vermogen voor als een soort taal – een taal die alle mensen op aarde van nature redelijk beheersen, en waarin je door oefening nog vloeiender kunt worden. Net als het aanleren van een taal concreet neerkomt op het herkennen van woorden, begrijpen wanneer je die woorden moet gebruiken, en tenslotte leren hoe je een conversatie in goede banen leidt, zo zou het aanleren van de taal van emoties ook neerkomen op het verfijnen van drie vaardigheden: perceptie, begrip, en regulatie van emoties.

Nooit meer een artikel missen?

Neem dan nu een abonnement op New Scientist weekend!

  • Elk weekend 3 diepgravende longreads en exclusieve rubrieken
  • De verhalen uit de weekend editie verschijnen niet in de papieren New Scientist
Neem een abonnement Login om verder te lezen

Over de auteur

Linda Geddes