Weekendeditie #2016/01 - 2016

Gebrek aan zure regen maakt water bruin

Wereldwijd kleuren meren en rivieren bruin. De ironie is dat dit schadelijke proces een direct gevolg is van succesvol milieubeleid: het terugdringen van zure regen.

Maggie Xenopoulos stapt in een waadbroek, grijpt een één liter-petfles uit haar wagen en waadt de Nottawasaga River in. ‘Zie je die bruine kleur?’ vraagt ze, terwijl ze met de petfles rivierwater opschept dat de kleur heeft van slappe thee. ‘Dat is opgeloste organische koolstof. Het blokkeert ultravioletstraling. Het is een soort zonnebrandcrème voor het waterleven.’ Dat is niet het enige waar het goed voor is. De deeltjes zijn ook een voorname voedselbron voor organismen onderaan de voedselketen. Maar een aquatisch systeem kan ook teveel van het goede hebben.

Opgeloste organische koolstof in waterwegen is afkomstig uit omliggende bodems. De organische resten sijpelen rivieren en meren in tijdens de afbraak van planten. In recente jaren zijn rivieren en meren meer organische koolstof gaan ontvangen dan wenselijk is.

Xenopoulos, een aquatisch ecoloog van de Trent University in Ontario, neemt al twaalf jaar lang monsters uit rivieren in de provincie, zoals de Nottawasaga River. Ze heeft een gestage toename vastgelegd. Hetzelfde geldt voor wetenschappers in Europa en in andere delen van Noord-Amerika. De gevolgen kunnen verstrekkend zijn. Behalve dat een overmaat aan opgeloste organische koolstof schade kan toebrengen aan aquatische ecosystemen, bestaat de kans dat het de kosten van waterzuivering zal opdrijven, en zelfs dat het bijdraagt aan de opwarming van de aarde.

Zwavelafzettingen

De ironie is dat deze ‘verbruining’ voor een groot deel is te wijten aan een milieukundig succesverhaal: het terugdringen van zure regen. Het probleem van de zure regen ontstond in het midden van de 19e eeuw, ten tijde van de Industriële Revolutie. Bij de verbranding van fossiele brandstoffen, met name kolen, komen zwaveldioxide en stikstofoxides vrij. Die stoffen reageren in de atmosfeer met water. Zo ontstaan zuren. Rond 1970 stond vast dat die zuren bomen en aquatische ecosystemen aantastten. Regeringen voerden wetten in om de uitstoot van schoorstenen te zuiveren.

Dat had het gewenste effect, want de zure regen verminderde. Maar er was een onvoorzien gevolg. In veel gematigde streken en subarctische gebieden hadden zwavelafzettingen de samenstelling van de bodems veranderd. De bodems waren ‘plakkeriger’ geworden, aldus biogeochemicus Chris Evans, die werkt voor een Brits ecologische onderzoeksinstantie genaamd Natural Environment Research Council. Het gevolg van die ‘plakkerigheid’ was dat veel organische koolstof vast zat in de bodems en niet kon wegsijpelen naar rivieren en meren. Pas toen de zwavelconcentraties dankzij de maatregelen tegen zure regen terugliepen, kwamen de opgehoopte organische resten weer vrij.

Nooit meer een artikel missen?

Neem dan nu een abonnement op New Scientist weekend!

  • Elk weekend 3 diepgravende longreads en exclusieve rubrieken
  • De verhalen uit de weekend editie verschijnen niet in de papieren New Scientist
Neem een abonnement Login om verder te lezen

Over de auteur

Sharon Oosthoek