Vondst ‘draak van Lingwu’ herschrijft de evolutie van enorme dinosaurussen

De oorsprong van de iconische Diplodocae-dino’s is anders dan gedacht. Dat blijkt uit de vondst van een dinofossiel in China.

Diplodocae is de naam van een groep sauropod-dinosaurussen, waaronder beroemde soorten zoals Diplodocus en Apatosaurus vallen. Eerder dacht men dat deze groep ontstond na het uiteenvallen van het supercontinent Pangea. Onderzoekers vonden een dinofossiel in China waarvan tot nu toe onbekend was welke dino het betrof. Door deze vondst moeten wetenschappers nu het idee over het ontstaan van Diplodocae-dino’s heroverwegen.

Draak van Lingwu

Een artistieke impressie van Lingwulong shenqi. Beeld: Zhang Zongda

Dit vroege fossiel van een Diplodocae-dinosaurus kreeg de naam Lingwulong shenqi, letterlijk ‘verbazingwekkende draak van Lingwu’, naar het stadje in de buurt van de plaats waar het werd opgegraven.

Het fossiel werd ontdekt in het noordwesten van China, door Xing Xu en zijn team van de Chinese Academy of Sciences in Beijing. De dino-overblijfselen dateren van ongeveer 174 miljoen jaar geleden. Daarmee is het 15 miljoen jaar ouder dan de oudste leden van deze dinosoort die we tot nu toe kenden. Dat betekent dat dit fossiel het verhaal van de evolutie van de Diplodocae verandert.

Verspreid over de wereld

Voorheen dachten we dat dit soort sauropoden pas in het late Jura verschenen, en toen snel dominant werden op aarde. Maar deze vondst suggereert dat deze dinosauriërs al eerder evolueerden en zich daarna trager verspreidden’, zegt Xu.

Tot nu toe dachten wetenschappers dat in het late Jura dinosaurusgroepen elk in verschillende delen van de wereld leefden. De aanwezigheid van Diplodocae in China duidt er echter op dat een dinosaurusgroep best meer verspreid over de hele wereld kon leven. Dat het erop leek dat dinogroepen verschilden per regio is waarschijnlijk gewoon te wijten aan een gebrek aan fossielvondsten.

LEESTIP Natura morte. Paleoprofessor Jelle Reumer gidst de lezer langs de paleontologische rijkdom van de natuurhistorische musea in Nederland, en Brussel. Jelle Reumer, € 12,50. Bestel nu in onze webshop.

Lingwulong shenqi bewijst dat de Diplodocae-dino’s al wijdverspreid waren in het midden Jura, toen Pangea nog min of meer één geheel vormde. In het late Jura, toen Pangea al uit elkaar aan het vallen was, werd de soort echt dominant – als we de fossielen mogen geloven. Die dominantie komt waarschijnlijk door een toename van het aantal Diplodocae-dino’s, of een verandering van leefomgeving, waarin fossielen beter bewaard blijven.

Volgens Xu benadrukt de recente vinding ook dat het belangrijk is om tijd en moeite te blijven investeren in opgravingen. ‘Door mijn ervaring in China vermoed ik dat er nog steeds veel onontgonnen gebieden zijn, en daarmee nog veel potentiële ontdekkingen. We zijn al een halve eeuw bezig dit gebied te verkennen, maar we vinden nog steeds nieuwe resultaten.’

Mis niet langer het laatste wetenschapsnieuws en meld je nu gratis aan voor de nieuwsbrief van New Scientist.

3 Reacties

  • Rob

    | Beantwoorden

    Dino´s hebben natuurlijk niet echt bestaan!

    Aan de hand van een botsplinter of 1 losse tand kun je nu eenmaal geen prehistorisch beest bouwen.

    • Emmeke Bos

      | Beantwoorden

      In dit geval hebben ze meer gevonden dan een botsplinter of een losse tand: https://www.nature.com/articles/s41467-018-05128-1/figures/2

      Hoewel ze hier nog niet de héle dino hebben gevonden, maar wel genoeg stukjes om te zien bij welke groep hij hoorde. Van deze zijn wel meer exemplaren gevonden, die ook completer zijn. En als je een heel skelet hebt (of een bijna heel skelet) kun je wel een redelijk idee hebben hoe het beest eruit zag: hoe groot hij was, hoe hij bewoog, wat hij at (aan de soort tanden en kiezen die je vindt). Soms worden er ook afdrukken gevonden van lopende dino’s (kun je beweging aan afleiden) of afdrukken van huid, dan wel restjes veren of eieren, of restjes maaginhoud (maar dat blijft allemaal moeilijker bewaard dan botten).

      In totaal zijn er enorm veel verschillende skeletten gevonden, van sommige dino’s een heleboel, van anderen maar een paar. We weten natuurlijk niet 100% zeker hoe elke dino er precies uitzag, of bewoog, of leefde, maar we hebben een aardig goed idee door alle miljoenen puzzelstukjes aan elkaar te verbinden. En af en toe vinden we dan een puzzelstukje dat nog niet past (zoals deze dino) en blijkt er een groep net iets eerder te hebben bestaan, bijvoorbeeld.

      Het voordeel van dinosauriërs is dat ze over een enorm lange periode (200 miljoen jaar, uit mijn hoofd) hebben geleefd, waardoor er nog steeds ontzettend veel te vinden is, zelfs als veel fossielen zijn vergaan. Er zijn bijvoorbeeld veel minder fossielen van oermensen bekend, gewoon omdat die er minder waren er vooral véél minder lang (5 miljoen jaar ofzo, en de moderne mens zelfs maar zo’n tweehonderdduizend jaar, dacht ik).

  • Rob

    | Beantwoorden

    @Emmeke
    Er bestaat een hoop misplaatst vertrouwen in ‘wetenschap’ als het gaat om de studie naar ‘dino’s’. Wist je dat alle dinosaurus skeletten in musea (plastic) artiste impressions zijn…die tegenwoordig uit een 3D printer komen?
    https://www.youtube.com/watch?v=xDvKD_z3OeQ

Plaats een reactie