Technologen hebben een minuscule metalen vis ontworpen die zich op dezelfde manier voortbeweegt als een echte vis. De nanovis kan ingezet worden om medicijnen naar specifieke plekken in het lichaam te brengen. De uitvinding is gepubliceerd in vakblad Small.

nanovis_medicijnen_medicijntransport_new_scientist
Voor al uw medicijntransport. Beeld: J. Warner, UC San Diego Jacobs School of Engineering.

De nanovis is honderd keer zo klein als een zandkorrel. Hij is gemaakt van twee gouden en twee nikkelen segmenten die door zilveren scharnieren worden bijeengehouden. De gouden segmenten fungeren aan de buitenkant als de kop en de staartvin van de vis, terwijl de nikkelen segmenten daartussenin het lichaam vormen. Elk segment heeft een lengte van zo’n 800 nanometer – minder dan een duizendste van een millimeter.

Als de nanovis aan een magnetisch veld wordt blootgesteld, bewegen de nikkelen deeltjes van de ene naar de andere kant. Hierdoor gaan kop en staart slingeren en ontstaat een golvende beweging die de vis voortstuwt. Zijn snelheid en richting kunnen dan beïnvloed worden door de sterkte en oriëntatie van het magnetische veld te veranderen.

Niet-invasieve operaties

De ontwerpers van de nanovis onderzoeken momenteel mogelijke medische toepassingen. ‘De vissen kunnen van pas komen bij medicijntransport, niet-invasieve operaties en het bewerken van losse cellen’, zegt hoofdonderzoeker Jinxing Li van de universiteit van Californië in de VS. Volgens hem kunnen magneten buiten het lichaam ervoor zorgen dat een medicijndragende nanovis op de juiste plek terechtkomt.

Andere minuscule medicijnkoeriers bewegen zich net als bacteriën voort met een propellerachtige staart. Uit experimenten blijkt echter dat de voortstuwingsmethode van de nanovis efficiënter is.

Een belangrijke vraag die resteert, is hoe de nanovis na gebruik het lichaam verlaat. Li werkt met zijn team aan een afbreekbare versie, zodat het metaal niet in het lichaam blijft vastzitten.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste wetenschapsnieuws? Meld je nu aan voor de New Scientist nieuwsbrief.

Lees verder: