Mogelijk eerste exomaan ontdekt

Is de eerste maan buiten ons eigen zonnestelsel waargenomen? Zelf zijn de onderzoekers nog voorzichtig. Hun metingen wijzen erop dat om exoplaneet Kepler-1625b een reusachtige exomaan draait. Maar ze benadrukken dat deze bevinding nog bevestigd moeten worden door vervolgonderzoek.

Impressie van de exoplaneet Kepler-1625b met zijn grote, hypothetische exomaan. De maan is ongeveer zo groot als Neptunus en de planeet is vergelijkbaar met Jupiter. Bron: Dan Durda

De exoplaneet, die om de ster Kepler-1625 draait, staat krap 8.000 lichtjaar bij ons vandaan. De hypothetische maan is ongeveer zo groot als Neptunus en de diameter van de planeet is vergelijkbaar met die van Jupiter. Als het inderdaad een exomaan is, dan is het ongewoon grote.

Overigens is dat misschien te verwachten. Kleine maantjes zijn lastiger te zien dan grote. De eerste exoplaneten die we zagen waren ook reusachtig.

Wiebelende planeet

De auteurs, David Kipping en Alex Teachey van de Columbia University in de Verenigde Staten, zijn al langer op zoek naar exomanen. Ze onderzochten bijna 300 exoplaneten die ontdekt werden door de Kepler Space Observatory satelliet. Exoplaneten maken zich kenbaar doordat ze een klein deel van het licht van hun ster wegnemen als ze er (vanaf ons gezien) voorlangs bewegen. Dit veroorzaakt een meetbaar dipje in de lichtintensiteit.

Bij de observaties van exoplaneet Kepler-1625b zagen de onderzoekers iets opvallends. De lichtintensiteit vertoonde kleine variaties en schommelingen. Dat duidt erop dat een extra hemellichaam de exoplaneet laat schommelen. Om te kijken of er meer aan de hand was, vroegen ze veertig uur aan observatietijd aan bij de ruimtetelescoop Hubble. Hiermee konden ze veel preciezer volgen hoe de lichtintensiteit varieert als de exoplaneet voor de ster langs beweegt. En verdomd. Drieënhalf uur na het dipje door de planeet zagen ze nog een dipje. Veel zwakker, maar zichtbaar.

De beste verklaring voor de schommelingen en het dipje is een exomaan die achter een exoplaneet aan beweegt.  ‘Als een hond die zijn baasje volgt aan een halsband’, zegt Kipping.

Helaas hield de meettijd van de onderzoekers op voordat de mogelijke maan zijn baan voor de ster langs afgerond had. Daardoor kan het niet uitgesloten worden dat de schommelingen in lichtintensiteit door iets anders dan een exomaan veroorzaakt worden.

Schematische weergave van de relatieve grootte en onderlinge afstand van Kepler-1625b en zijn maan Kepler-1625b(I). De planeten Jupiter en Neptunus worden ter vergelijking getoond. Bron: Wikimedia Commons, Welshbie

Bijzonder raar systeem

‘Als het waar blijkt, dan is het spectaculair’, zegt Matthew Kenworthy, universitair hoofddocent bij de Sterrewacht Leiden en niet betrokken bij het onderzoek. ‘Het zou niet alleen de ontdekking van de eerste exomaan zijn, maar ook van een bijzonder raar systeem. Zo’n reusachtig grote maan is behoorlijk onverwacht. Het zal een interessante uitdaging worden voor theoretici om te verklaren hoe het kan dat twee grote hemellichamen zo stabiel om elkaar draaien.’

Maar net als de auteurs erkent Kenworthy dat de metingen nog geen doorslaggevend bewijs geven. ‘Meetapparatuur is nooit perfect. En de meetfoutjes van de camera’s van Kepler lijken erg op wat je zou zien als je naar een exomaan kijkt.’

Van de kwaliteit van het artikel is hij onder de indruk. ‘Elke keer als ik me afvroeg of de onderzoekers wel rekening hadden gehouden met een bepaald aspect, dan las ik even verderop dat ze daar inderdaad aan gedacht hadden.’

In mei 2019 paraderen Kepler-1625b en zijn hypothetische exomaan weer voor hun ster langs. Dan kunnen de onderzoekers opnieuw metingen doen met de Hubble-ruimtetelescoop. Hopelijk krijgen ze genoeg meettijd om de hele transitie te zien. Dat zou hard bewijs zijn voor het bestaan van de eerste exomaan.

Mis niet langer het laatste wetenschapsnieuws en meld je nu gratis aan voor de nieuwsbrief van New Scientist.

Lees ook:

Plaats een reactie