Mieren gebruiken kleine sponsjes om honing te vervoeren

Mieren zijn slimmer dan we denken. Het gebruik van gereedschap wordt vaak geassocieerd met intelligente primaten en vogels, maar ook een bescheiden mier kan ermee overweg.

Mieren
Ondanks hun minuscule breintjes zijn mieren in staat de meest geschikte hulpmiddelen selecteren om vloeistoffen te vervoeren. Foto: Coelho/CC-BY

István Maák van de universiteit van Szeged in Hongarije en zijn onderzoeksgroep gaven twee soorten mieren verschillende vloeistoffen met water en honing en een verzameling hulpmiddelen waarmee ze het naar hun nest konden vervoeren.

Na enig experimenteren kozen de mieren voorwerpen die het makkelijkst waren in gebruik en de meeste vloeistof op konden zuigen, zoals stukjes spons of papier, hoewel die niet voorkomen in hun natuurlijke omgeving.

Dit wijst erop dat mieren rekening houden met de eigenschappen van zowel het hulpmiddel als de vloeistof die ze vervoeren. Daarnaast toont het aan dat ze kunnen leren nieuwe voorwerpen te gebruiken, ook al hebben ze geen grote hersenen.

Van sommige soorten mieren is het bekend dat ze hulpmiddelen zoals modder of zandkorrels gebruiken om vloeistoffen te verzamelen en naar hun nest te vervoeren. Maar dit is de eerste keer dat is aangetoond dat ze hiervoor de meeste geschikte hulpmiddelen selecteren, zegt mede-onderzoeker Patrizia d’Ettorre van Université Paris Nord.

Gebruiksgemak gaat voor

Om dit gedrag te onderzoeken, gaven de onderzoekers Aphaenogaster subterranea- en A. senilis-mieren verschillende hulpmiddelen, zowel natuurlijke – takjes, dennennaalden en korrels aarde – als kunstmatige.

Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn? Frans de Waal
LEESTIP Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn? Frans de Waal, € 24,99, Bestel in onze webshop

De mieren experimenteerden met de hulpmiddelen. Daarna toonden ze uiteindelijk een voorkeur voor bepaalde hulpmiddelen, zelfs als die onbekend waren. De mieren lieten het voorwerp in de vloeistof vallen, pakten het op en droegen het naar het nest zodat de werkers daar ervan konden drinken.

Subterranea werkers hadden een voorkeur voor kleine korrels aarde om verdunde honing mee te vervoeren en voor sponsjes bij pure honing. De meeste mieren scheurden de spons zelfs in kleinere stukjes, waarschijnlijk zodat het makkelijker te gebruiken is.

Senilis gebruikten in het begin alle hulpmiddelen even frequent, maar kozen later vooral voor papier en spons, die het meeste van de verdunde honing opnamen. Dit wijst erop dat ze al doende leren.

Factoren zoals het gewicht van de hulpmiddelen beïnvloedden de keus van de mieren ook, maar de onderzoekers denken dat het absorberende vermogen en gebruiksgemak het belangrijkst zijn.

Genetisch bepaald

Aphaenogaster-mieren ontwikkelden het gebruik van hulpmiddelen omdat ze, in tegenstelling tot de meeste andere mieren, hun maag niet kunnen vergroten, zegt d’Ettorre. ‘Ze moesten een manier vinden om toch gebruik te maken van waardevol vloeibaar voedsel.’ Met hulpmiddelen kunnen ze de vloeistoffen uit gevallen fruit of dode insecten die ze in het wild tegenkomen, vervoeren naar hun nest voor de rest van de kolonie.

Mieren verzamelen honing. Beeld: Wikimedia Commons/Balaram Mahalder
Ook zonder hulpmiddelen doen mieren zich graag tegoed aan honing. Beeld: Wikimedia Commons/Balaram Mahalder

Omdat mieren in een competitieve omgeving leven kan natuurlijke selectie het gebruik van hulpmiddelen bevorderen, zegt Valerie S. Banschbach van Roanoke College in Amerika. En waarschijnlijk proberen deze mieren graag nieuwe materialen uit omdat de beschikbare hulpmiddelen in hun omgeving variëren met de seizoenen.

‘Veel van de prestaties van deze kleine beestjes kunnen wedijveren met die van mensen of overtreffen ze, zoals het verbouwen van zwammen of het gebruik van ‘gegist bestek’, een geavanceerde navigatiemethode waarmee ze de weg naar het nest terugvinden’, zegt Banschbach. ‘De grootte van het brein dat nodig is voor bepaalde cognitieve taken, is nog niet bekend.’

‘Het gebruik van hulpmiddelen bij insecten is grotendeels genetisch bepaald en ontstond tijdens de evolutie door de selectie van gunstige genen’, zegt Gavin R. Hunt van de universiteit van Auckland in Nieuw-Zeeland. Dit verschilt van het gebruik van hulpmiddelen bij vogels of primaten. Hierbij begint het als nieuw gedrag dat soms versterkt kan worden door genetische veranderingen, zegt hij.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste wetenschapsnieuws? Meld je nu aan voor de New Scientist nieuwsbrief. 

Lees verder:

Over de auteur

Kata Karáth

Freelancejournalist Kata Karáth heeft een speciale interesse voor wetenschap, milieu en technologie.



Plaats een reactie