Nederlanders spreken vragen op een hogere toon uit dan mededelingen, blijkt uit experimenteel onderzoek. Dit onderzoek steunt de hypothese dat vraagintonatie een biologische oorsprong heeft.

In veel talen hebben vragen een gemiddeld hogere toon dan mededelingen. De Amerikaanse taalkundige Ohala zegt dat de verhoogde toon in vragen een biologische oorsprong heeft. Een zoogdier of vogel bepaalt de omvang van zijn soortgenoot aan de groet die zijn soortgenoot maakt. Een donkerbruine ‘twiet’ duidt op een groot lichaam. Volgens Ohala speelt deze ‘frequentiecode’ ook een rol in de menselijke spraak. Het stellen van een vraag is een vorm van afhankelijkheid. De vragensteller is voor bepaalde informatie afhankelijk van de luisteraar.

De Nederlandse spraak vormt hierop geen uitzondering. De resultaten van taalkundige Judith Haan steunen Ohala’s hypothese. Zij liet tien proefpersonen vier soorten zinnen vele malen voorlezen. De zinnen &#822Hij gaat naar Londen.”, &#822Hij gaat naar Londen?”, &#822Gaat hij naar Londen?” en &#822Wanneer gaat hij naar Londen?” vergeleek ze op vijf melodiekenmerken. Opmerkelijk is dat vrouwen de neiging hebben grotere toonbewegingen te maken. Ook houden ze de vier verschillende zinnen beter uit elkaar door de toonhoogte te variĆ«ren dan mannen. De taalonderzoekster vermoedt dat vrouwen in hun communicatie meer duidelijkheid nastreven, en daarbij minder bang zijn zich afhankelijk opstellen.

Frederique Melman