Eerst Lasker, dan Nobel?

Op 19 september zijn de winnaars van de Albert Lasker Medical Research Awards 2000 bekend. Sinds 1946 kregen 59 winnaars van een Lasker Award ook een Nobelprijs. Een aantal grote kanshebbers voor de komende Nobelprijzen voor Geneeskunde/Fysiologie en Scheikunde kennen we dus al.
Op 9 en 10 oktober aanstaande maakt de Nobelstichting de winnaars van de Nobelprijzen voor 2000 bekendgemaakt. Voormalige winnaars van de prestigieuze Lasker Award voor medisch onderzoek maken een buitengewoon grote kans om weer in de prijzen te vallen. Niet voor niets wordt de Lasker een ‘indicator’ voor Nobel genoemd. Tussen 1979 en 1989 kregen bijvoorbeeld maar liefst twintig winnaars van een Lasker Award een Nobelprijs voor Geneeskunde/Fysiologie of Scheikunde, vaak zelfs nog in hetzelfde jaar.

Welke winnaars van een Lasker Award zouden begin oktober een uitnodiging voor Stockholm kunnen verwachten?

  • Jack Strominger, Emil Unanue en Don Wiley, Laskerprijs in 1995 voor hun onderzoek aan MHC-eiwitten en peptiden (MHC = Major Histocompatibility Complex), maken weinig kans. Hun medewinnaars Peter Doherty en Rolf Zinkernagel kregen er in 1996 al een Nobelprijs voor.
  • Een belangrijke kandidaat is Mark Ptashne, Laskerprijs in 1997 voor zijn onderzoek aan eiwitten die de transcriptie van genen (het overschrijven van DNA in RNA) reguleren.
  • Veel kans maken ook Lee Hartwell, Paul Nurse en Yoshio Masui, Laskerprijs in 1998 voor hun werk aan de machinerie die de celdeling in alle eukaryote organismen reguleert. Nurse is een extra grote kanshebber, omdat hij ook al in 1996 een Heinekenprijs (een andere indicator voor een Nobelprijs) kreeg.
  • De kansen voor Clay Armstrong, Bertil Hille en Roderick MacKinnon lijken iets kleiner. Zij ontvingen vorig jaar de Laskerprijs voor de opheldering van de architectuur van ionkanaaleiwitten. In 1997 is weliswaar nog een Nobelprijs voor dergelijk werk gevallen (Jens Skou voor de ontdekking van de natrium-kaliumpomp; Paul Boyer en John Walker voor de structuur van het enzym dat ATP synthetiseert). En in 1991 kregen Erwin Neher en Bert Sakmann een prijs voor de ontdekking van ionkanalen. Het onderwerp ligt klaarblijkelijk lekker bij het Nobelcomité. Maar het is wellicht te kort geleden voor wéér een prijs.
  • Runners-up zijn Aaron Ciechanover, Avram Hershko en Alexander Varshavsky. Ze krijgen dit jaar de Laskerprijs voor hun onderzoek aan gereguleerde eiwitafbraak door het ubiquitine-systeem.
  • Het gaat hier allemaal om winnaars van de Albert Lasker Award for Basic Medical Research. Onderzoekers die ooit de Albert Lasker Award for Clinical Medical Research kregen, maken een aanzienlijk kleinere kans om ooit in de Nobelprijzen te vallen. Soms ten onrechte. Het wordt tijd dat HIV-pioniers Robert Gallo en Luc Montagnier (Lasker in 1986) eindelijk eens een Nobelprijs krijgen. Hetzelfde geldt voor Barry Marshall (Lasker in 1995), die vond dat de bacterie Heliobacter pylori maagzweren veroorzaakt.
  • Twee andere Laskeriaanse kanshebbers zijn Sidney Brenner en Paul Zamecnik, pioniers op het gebied van de opheldering van de genetische code. Ze wonnen in respectievelijk 2000 en 1996 de Albert Lasker Award for Special Achievements in Medical Science. Maar wellicht is de genetische code inmiddels ‘uit’, en is de kans voor Brenner en Zamecnik voorgoed verkeken. Al in 1968 kregen Robert Holley, Har Gobind Khorana en Marshall Nirenberg er een Nobelprijs voor. En Francis Crick, met wie Brenner aan de genetische code werkte, viel een van de beroemdste Nobelprijzen aller tijden ten deel: die voor de opheldering van de structuur van DNA.

Jos van den Broek

Plaats een reactie