Beroemde wiskundige beweert bewijs gevonden te hebben voor 160-jaar oude Riemann-hypothese

Een van de belangrijkste onopgeloste problemen uit de wiskunde is mogelijk oplost. Dat beweert althans de gepensioneerde Britse wiskundige Michael Atiyah.

Het reële (rood) en imaginaire deel (blauw) van de Riemann-zèta-functie langs de kritieke lijn Re(s) = 1/2.
Het reële (rood) en imaginaire deel (blauw) van de Riemann-zèta-functie langs de kritieke lijn Re(s) = 1/2.

Aanstaande maandag houdt Atiyah een lezing tijdens het Heidelberg Laureate Forum in Duitsland. Hij heeft aangekondigd daar een ‘eenvoudig bewijs’ te presenteren van de Riemann-hypothese, een probleem waar wiskundigen zich al bijna 160 jaar het hoofd over breken.

De hypothese heeft onder meer betrekking op de verdeling van priemgetallen: getallen die alleen deelbaar zijn door 1 en zichzelf. Als de hypothese juist blijkt te zijn, dan zouden wiskundigen de beschikking krijgen over een ‘landkaart’ van de locatie van alle priemgetallen, een doorbraak met vergaande gevolgen voor dat gebied.

Het bewijzen van de Riemann-hypothese is een van de zes onopgeloste Millenniumproblemen. De oplossing zou daardoor goed kunnen zijn voor 1 miljoen dollar. Ook het prestige dat het zou opleveren heeft vele wiskundigen in de loop der tijd ertoe aangezet om een poging te wagen het probleem op te lossen, vooralsnog tevergeefs.

Historie van mislukkingen

Priemwoestijnen
LEESTIP Priemwoestijnen – Hoogtepunten uit de wiskunde van de 21e eeuw
Alex van den Brandhof
Prometheus
€ 19,99
Bestel in onze webshop

Atiyah is zich terdege bewust van deze historie mislukkingen. ‘Niemand gelooft het als je zegt dat je de Riemann-hypothese bewezen hebt, en al helemaal niet als je ook nog eens bijna negentig bent’, zegt hij. Toch hoopt hij met zijn presentatie de criticasters te kunnen overtuigen.

Volgens Atiyah bouwt zijn bewijs voort op het werk van zijn illustere voorgangers John von Neumann en Friedrich Hirzebruch, twee van de grootste wiskundigen uit de twintigste eeuw. ‘Het viel me in de schoot, ik moest het wel oppakken.’

New Scientist heeft contact opgenomen met verschillende wiskundigen, maar geen van allen was bereid commentaar te geven op de claim van het bewijs. Atiyah heeft in de afgelopen jaren een aantal papers gepubliceerd waarin hij opmerkelijke beweringen deed die zijn vakgenoten niet konden overtuigen.

‘Men zegt vaak dat wiskundigen al hun beste werk doen voor hun veertigste’, zegt Atiyah. ‘Ik wil laten zien dat dat onzin is.’

Michael Atiyah in 2007. Foto: Gert-Martin Greuel
Michael Atiyah in 2007. Foto: Gert-Martin Greuel

De in 1929 geboren Atiyah is een van de meest prominente wiskundigen uit het Verenigd Koninkrijk. Hij heeft beide prijzen die weleens aangeduid worden als ‘de Nobelprijs voor de wiskunde’ – de Fields-medaille en de Abel-prijs – al eens in ontvangst mogen nemen. Op zijn cv staan verder functies zoals voorzitter van de London Mathematical Society, de Royal Society en de Royal Society of Edinburgh.

Lees verder:

Plaats een reactie