Bij mensen met autisme ontwikkelen de spiegelneuronen zich trager. Pas na het dertigste levensjaar zijn deze neuronen zo actief dat ze sociaal actiever zijn.

Bij de meeste mensen zijn spiegelneuronen zeer actief in de jeugd. Het systeem van spiegelneuronen maakt dat mensen zich kunnen inleven in gevoelens en handelingen van andere mensen. Ze voeren daarmee handelingen uit die ze andere mensen zien uitvoeren. Christian Keysers van het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen ontdekte dat bij mensen met autisme dit systeem ook aanwezig is, maar dat het op jonge leeftijd nog zeer zwak ontwikkeld is.

In de hersenen is het systeem met spiegelneuronen gevestigd in de inferieure frontale gyrus, een winding van de voorhoofdskwab waar ook het spraakcentrum ofwel het gebied van Broca ligt. Keyser beschrijft in Biological Psychiatry hoe bij de meeste mensen de activiteit van spiegelneuronen groot is tijdens de jeugd en daarna geleidelijk afneemt. Bij mensen met autisme is deze activiteit eerst gering, en neemt dan met de jaren toe, zodat het rond een leeftijd van circa 35 zelfs actiever kan zijn dan bij andere mensen.

Waar tot nog toe werd aangenomen dat het spiegelsysteem niet werkt bij mensen met autisme, vormt deze ontdekking nu een reden om te gaan zoeken naar manieren waarop het kan worden gestimuleerd.