Achteruitlopende mieren inspireren robots

Ondanks hun kleine hersenen zijn mieren altijd in staat de weg naar huis te vinden. Onderzoekers willen hiervan leren om robots efficiënter te laten navigeren.

mieren
Mieren zijn uitstekend in staat om de weg te vinden, ondanks hun kleine brein

Mieren vinden, ondanks hun minuscule hersenen en beperkte zintuigen, feilloos de weg naar huis. Een internationaal team biorobotici onderzocht hoe dit kan. De onderzoekers hopen de kunst van de insecten af te kijken en robots te maken die even goed kunnen navigeren. Ze publiceerden hun resultaten afgelopen week in Current Biology.

Om te onderzoeken hoe mieren met hun kleine brein de weg vinden, verbouwden de onderzoekers de omgeving van een mierennest. Door barrières te plaatsen, dwongen ze de mieren een specifieke route te lopen. Vervolgens keken ze hoe de mieren koekkruimels terugbrachten naar hun nest.

Als de mieren grote kruimels versleepten, liepen ze achteruit. Op die manier konden ze niet zien waar ze heen gingen. Ongeacht hun eigen oriëntatie of plaats vonden de mieren de weg door hun omgeving. Volgens de onderzoekers duidt dit op een ontwikkeld ruimtelijk inzicht.

De onderzoekers zagen dat de mieren twee methoden hadden om toch hun route te bepalen. Af en toe stopten ze om zich te oriënteren op hun omgeving. Ook keken ze terwijl ze achteruit liepen naar de positie van de zon om hun richting vast te stellen. Deze twee methoden waren al bekend. Dat mieren deze twee methoden combineren was nog niet eerder waargenomen

De onderzoekers lieten de mieren ook verdwalen. Dit deden ze door spiegels te plaatsen langs de route. Voor de mieren leek het alsof de zon opeens aan de andere kant stond. De insecten raakten compleet in verwarring en konden de route naar hun nest niet terugvinden.

Rekenkracht

mieren
LEESTIP Zolang je robot maar van je houdt, Marcel Heerink. Bestel het boek in onze webshop!

Barbara Webb, bioroboticus aan de universiteit van Edinburgh, hoopt deze inzichten toe te passen in robotica. Op dit moment hebben robots vaak grote moeite met navigeren. Om hun omgeving waar te nemen hebben ze grote meetinstrumenten zoals lasers nodig. Het vervolgens bepalen van een geschikte route kost veel rekenkracht.

Webb wil robots maken die beter kunnen navigeren. Zij en haar team maakten daarom een model van een mierenbrein. Hiermee bekeken ze wat er in de hersenen gebeurt als de mier zich oriënteert op de zon of op de omgeving.

Door te kijken hoe het mierenbrein werkt hopen ze efficiëntere manieren te vinden om robots te programmeren. Webb: ‘We zien nu al dat sommige robots best goed hun weg kunnen vinden. Denk bijvoorbeeld aan stofzuigrobots. Maar mieren kunnen dat nog beter en met minder denkkracht. Dat willen wij ook kunnen.’

Altijd op de hoogte blijven van het laatste wetenschapsnieuws? Meld je nu aan voor de New Scientist nieuwsbrief.

Lees verder:

Over de auteur

Mark Reid

Mark is stagiair bij New Scientist. Hij studeert wetenschapscommunicatie, microbiologie en geschiedenis. Hij schrijft het liefst over biologie en genetica. In zijn vrije tijd houdt hij van quizzen en speelt hij soms Airsoft. Je kan hem volgen op Twitter via @markreid90



Plaats een reactie