Iedereen kent ze wel: de mannen en vrouwen die onder berichten op internet er een wedstrijd van maken om het bloed onder je nagels vandaan te halen. In dit amusante videootje ontdek je waar hun gedrag vandaan komt.

Wilt u de trolls niet voeren aub?
‘Wilt u de trolls niet voeren aub?’, met die uitspraak waarschuwen internetgebruikers elkaar niet in de capriolen van trolls te trappen. Bron: Jean-no, wikimedia

Het zijn reaguurders, maar dan erger. Mensen die politiek incorrecte, vulgaire, bizarre, racistische of anderszins vervelende, kwetsende en beledigende prut het internet op slingeren. In het Engels noemt men dergelijke figuren ook wel ‘trolls’, en het gebruik heet daar ‘trolling’, iets dat voorbij gaat aan ‘gewoon’ ongeremd antisociaal gedrag. De reden? Op internet ontbreekt de sociale controle zodat iedereen z’n inwendige asobeest eens flink los kan laten op nietsvermoedende sitebezoekers.

Maar vergis je niet: échte trolling is een stuk erger dan bijvoorbeeld de onenigheidjes die op Twitter uitlopen op hoog oplaaiende ruzies (vaak omschreven met de vreselijke term ‘twitterfitties’). Waar dergelijke digi-ruzietjes meestal een uitingsvorm zijn van het feit dat het online enorm lastig is om op een goede manier emoties en nuance aan te brengen, lijkt achter trolling een donkerdere oorzaak te schuilen.

Sadisme

Volgens onderzoek dat wordt aangehaald in onderstaand videootje, hebben deze boeven van het internet namelijk allerlei onwenselijke karaktereigenschappen, waarvan sadisme nog wel de meest opvallende is. Sadisten halen aantoonbaar plezier uit het ellende toebrengen aan anderen – logisch dus dat die trolls zo hun best doen om je digitaal het leven zuur te maken.

Leestip: In Dark Net van journalist Jamie Bartlett leest u niet alleen over het soms schokkende gedrag van reaguurders, maar ook over alle andere donkere krochten van onze digitale speeltuin. Bestel nu in onze webshop!
Leestip: In Dark Net van journalist Jamie Bartlett leest u niet alleen over het soms schokkende gedrag van reaguurders, maar ook over alle andere donkere krochten van onze digitale speeltuin. Bestel nu in onze webshop!

In het boek Dark Net van auteur Jamie Bartlett staat van dergelijk gedrag een stuitend voorbeeld. Daar gaat het over ‘life ruining’, een weinig verhullende term die (vooral) jongens op het ongure /b/-forum van de beruchte site 4chan gebruiken om een verwerpelijke praktijk te beschrijven. Op het forum speuren zij naar de ware identiteit van vrouwen op naaktfoto’s (of lokken hen uit om die naaktfoto’s in eerste instantie überhaupt te maken), zodat ze deze daarna kunnen delen met alle vrienden en bekenden van die persoon. Met andere woorden: de deelnemers van het forum verpesten dan iemands leven, alleen maar voor de lol. Sadisme ten top, dus.

Happen

Gelukkig zijn de meeste internet trolls wel van een stuk mildere categorie. Ze proberen je te laten happen met een foute opmerking, of – zoals op populairwetenschappelijke sites als deze vaker gebeurt – roepen om het hardst dat ‘gevestigde wetenschappers’ boeven zijn die de waarheid proberen te verdoezelen. Ze scheppen er dan vervolgens een letterlijk sadistisch genoegen in om er schande van te spreken dat die gevestigde orde hun persoonlijke, briljante, niet-geaccepteerde inzicht alsmaar negeert. Om het recept voor overkokende emoties te vervolmaken, vliegen ze tot slot mensen die billijkende woorden spreken in de haren door gebruik te maken van drogredenen en retorische trucjes. Niets is immers zo leuk als tegen autoriteit aanschoppen en die lol wordt eigenlijk alleen nog maar groter wanneer je mensen enorm kan irriteren doordat je welbeschouwd geen enkel fatsoenlijke argument hebt.

In elk geval: wie zich in zijn of haar uren op het internet weleens geërgerd heeft aan het gedrag van trolls, doet er goed aan onderstaand filmpje te kijken. De volgende keer begrijp je die vervelende anoniempjes dan alvast een flink stuk beter en lukt het hen niet meer jou in de val van het reageren te lokken. Don’t feed the trolls!

Altijd op de hoogte blijven van het laatste wetenschapsnieuws? Meld je nu aan voor de New Scientist nieuwsbrief.

Meer lezen: