De oerknal, of: hoe kosmologen de oorsprong van alles ontrafelen.

De oerknaltheorie geeft antwoord op een van de grootste vragen die wij onszelf kunnen stellen: waar komen we vandaan?

Het wetenschappelijke antwoord van die vraag is van het type waar onze ingebakken nieuwsgierigheid continu naar hunkert. Deze kosmologische zoektocht naar onze oorsprong dient daarom misschien geen enkel materieel nut, maar is toch een van de belangrijkste activiteiten die wij mensen ondernemen. Sterrenkundige Ralph Weijers, verbonden aan de UvA, praat u op onze eerste Avond van de Nutteloze Kennis helemaal bij over dit ultieme wetenschappelijke scheppingsverhaal. Hier licht ik alvast een tipje van de sluier.

Allesomvattende leegte

In deze Hubble Deep Field-foto, genomen door ruimtetelescoop Hubble, kijk je bijna 13 miljard lichtjaar de ruimte in
In deze Hubble Deep Field-foto, genomen door ruimtetelescoop Hubble, kijk je bijna 13 miljard lichtjaar de ruimte in. Bron: NASA.

Het begon met helemaal niets. Met een fundamentele afwezigheid van wat dan ook. Het begon met een allesomvattende leegte die zo leeg was dat het woord ‘leeg’ de lading niet dekt, omdat er gewoonweg niets was om te vullen. En toen (hoewel ‘toen’ zonder tijd nog geen betekenis had) veranderde iets.

Zo’n 13,7 miljard jaar geleden werd ‘niets’ ineens ‘iets’. Ineens was daar de realiteit zoals wij haar kennen: een bonte werkelijkheid tot de nok toe gevuld met ruimte, tijd, energie en materie. Het was de geboorte van een kosmische oersoep die uiteindelijk zou uitgroeien tot dit onmetelijke universum met al haar sterren, sterrenstelsels, nevels, planeten en, natuurlijk, met ons.

Nagloed

Volgens de oerknaltheorie, de wetenschappelijke ontstaansgeschiedenis van het universum, moet het begin van het heelal er ongeveer zo hebben uitgezien. Het is een theorie waar kosmologen en theoretisch-natuurkundigen tegelijk heel veel en heel weinig van weten. Met onze satellieten meten we in alle richtingen de veronderstelde nagloed van de oerknal, de zogeheten kosmische achtergrondstraling. Dit is het sterkste bewijs dat er 13,7 miljard jaar geleden iets zeer opmerkelijks plaatsvond.

In die nagloed zijn kleine oneffenheden te zien, vingerafdrukken van minuscule verschillen in de verdeling van materie in het vroege heelal. Het zijn verschillen die ervoor zorgden dat materie dankzij zwaartekracht kon samenklonteren tot de eerste sterren, sterrenstelsels en nog grotere structuren in het universum.

We zien bovendien met onze telescopen – die dankzij de eindigheid van de lichtsnelheid terug kunnen kijken in het verleden – simpele ophopingen van sterren veranderen in complexe sterrenstelsels, door botsingen en interacties. We zien, kortom, overal om ons heen de bewijzen van het veranderende en evoluerende heelal.

Avond van de Nutteloze Kennis

Die waarneming geeft antwoord op één van de belangrijkste vragen die wij onszelf kunnen stellen: waar komen wij vandaan? In de miljoenen jaren dat mensen op aarde rondbanjeren hebben velen hun hersenen gebroken over het antwoord. Zij riepen de hulp in van Goden, scheppers die alles dat je ziet creëerden zodat wij een plek zouden hebben om te leven. Tegenwoordig heeft de wetenschap echter een eigen antwoord, gebaseerd op waarnemingen en feiten. Het onmetelijke universum waarin wij leven ontstond uit niets. Wij zijn bevoorrecht dat wij in een tijd leven waarin wetenschap dat antwoord ontdekte.

Dit is een bericht van de Academie voor de Nutteloze Kennis. U kunt meer over de Academie en haar missie lezen op haar website, op Facebook of opTwitter.

Lees verder:

Over de auteur

George van Hal

George van Hal is wetenschapsjournalist en coördinerend redacteur bij New Scientist. George studeerde sterrenkunde, is zelfverklaard sciencefiction- en filmfanaat, en schreef daarover het boek Robots, aliens en popcorn. George zit op Google+ en Twitter. Meer informatie over George en zijn artikelen is te vinden op zijn website.



Plaats een reactie