Weekendeditie #2016/10 - 2016

Waarom we denken dat alles op internet waar is

Niemand is ongevoelig voor listen en leugens op internet. Wie de online ideeënstroom beheerst, krijgt greep op de publieke opinie.

Het zou nog een paar weken duren voordat Operatie Jade Helm 15 van start zou gaan, maar de beelden van gewapende troepen die oprukken in woonwijken deden bij velen het ergste vrezen. Ze zouden het bewijs vormen dat Obama inderdaad van plan was een oorlog tegen het Amerikaanse volk te beginnen. ‘Ze proberen geweld uit te lokken, zodat ze de staat van beleg kunnen uitroepen in dit land’, zo duidde iemand op YouTube. Had hij gelijk? Of ging het om een complot om alle vuurwapens in beslag te nemen? Of om een poging Texas binnen te vallen?

Of niets van dit alles? Wanneer en waar de video geschoten werd, bleef onduidelijk – de datumregel bevatte de mededeling ‘2073’. Maar als je al geneigd was alle samenzweringstheorieën over de – reguliere – militaire oefening Jade Helm 15 te geloven, dan zou het je geen moeite hebben gekost daarvoor ondersteuning te vinden op internet. Een paar jaar geleden zou je daarvoor nog hebben moeten zoeken in duistere digitale uithoeken. Maar nu verspreidden de geruchten zich zo snel over de sociale media, dat de Texaanse gouverneur Greg Abbot zijn state guard opdracht gaf de oefening in de gaten te houden.

Of het nu gaat om IS die strijders ronselt of bedrijven die hun merken promoten via sociale media – de scheidslijn tussen informatie en desinformatie is steeds moeilijker te trekken. Niemand van ons is daar immuun voor. ‘Er is iets ongeëvenaards aan de gang’, zegt psycholoog Robert Epstein van het American Institute for Behavioral Research and Technology in het Californische Vista. ‘Er ontstaan in hoog tempo technologieën die op grootschalige wijze in staat zijn het gedrag, de standpunten en de geloofsopvattingen van mensen te beïnvloeden – zonder dat deze daar zelf erg in hebben.’

Donald Trump

Hoe kunnen we de waarheid helpen terrein te herwinnen? Massahysterie is op zich zelf niets nieuws. De eerste radio-uitzending van The War of the Worlds van H.G. Wells lokte in 1938 wereldwijd paniek uit. Duizenden mensen belden de hulpdiensten plat in de overtuiging dat er een invasie vanuit Mars aan de gang was. Het is gemakkelijk om daar lacherig over te doen. Maar in tal van opzichten zijn we tegenwoordig net zo lichtgelovig. Dankzij de sociale media kunnen verzinsels zich sneller verspreiden dan ooit. Daar komt bij dat dergelijke desinformatie – anders dan een incidentele buitenaardse invasie – in staat is gevestigde opinies te veranderen. Sommigen zijn daadwerkelijk bang dat het internet uitpakt als het grootste experiment voor gedachtecontrole dat de wereld ooit gezien heeft. Je kunt wel denken dat je over een gezond verstand beschikt, maar er staan hele legers mensen klaar die over de technologie beschikken om hun versie van de realiteit op te leggen.

Marketeers, lobbyisten, activisten en extremisten – allen zijn ze afhankelijk van hun vermogen om de publieke opinie te manipuleren. En dankzij de sociale media is dat eenvoudiger dan ooit. Het World Economic Forum schaart digitale desinformatie onder geopolitieke risicofactoren als terrorisme en het wereldwijd instorten van overheden.

Ook politici krijgen door hoe ze online propagandamiddelen in hun voordeel kunnen aanwenden. Zo is de populariteit van de controversiële Amerikaanse presidentskandidaat Donald Trump voor een deel te danken aan campagnes op de sociale media. Deze kunnen veel invloed hebben op het reilen en zeilen in de werkelijkheid – of het nu om het democratische proces gaat of over de financiële markten. ‘We zijn een tijdperk binnengetreden van ongeëvenaarde psychologische manipulatie’, zegt directeur Bruce Schneier van de Electronic Frontier Foundation in San Francisco. Maar zulke manipulatie is veelal subtiel en moeilijk te herkennen (zie kader onderaan).

Om beter te begrijpen hoe deze manipulatie in haar werk gaat, bestuderen onderzoekers de werking van sociale netwerken: wat is er gezegd, hoe is het gezegd en door wie is het gezegd. Wanneer je daar inzicht in ontwikkelt, kun je wellicht voorspellen hoe online informatie zich verspreid – en aldus de ideeënstroom beheersen.

Linguïstische aanwijzingen

Nooit meer een artikel missen?

Neem dan nu een abonnement op New Scientist weekend!

  • Elk weekend 3 diepgravende longreads en exclusieve rubrieken
  • De verhalen uit de weekend editie verschijnen niet in de papieren New Scientist
Neem een abonnement Login om verder te lezen

Over de auteur

Chris Baraniuk

Freelance verslaggever Chris Baraniuk schrijft voor New Scientist met name over technologie.