Menselijke klonen stapje dichterbij

Franse, Italiaanse en Spaanse wetenschappers transplanteren met succes de kern van een menselijke eicel naar een andere lege eicel.

“Eén op tien vrouwen die we met de huidige in-vitro-fertilisatietechnologie niet verder kunnen helpen, hebben een eiceldefect buiten de kern,” zegt dr Jan Tesarik van het Laboratoire D’Eylau in Parijs. “Veelal hebben die eicellen een afwijking in de mitochondriën, de kleine energiefabriekjes van de cel. Als deze vrouwen toch kinderen willen, is een gedoneerde eicel meestal de enige oplossing. Daarmee baren ze echter kinderen die genetisch niet verwant zijn met zichzelf, alleen met de partner.”

Met drie collega’s uit Italië en Spanje werkte Tesarik aan een alternatief. In het tijdschrift Human Reproduction van mei 2000 beschrijven zij hoe ze de kern van een menselijke eicel overbrengen in de eicel van een donor waaruit ze eerst de kern verwijderen. Deze kernloze donoreicel heeft een intact cytoplasma en goed functionerende mitochondriën. In principe kan men de hybride eicel bevruchten met een spermacel en een nieuw embryo creëren. Het embryo is dan genetisch verwant met zowel de vader als de moeder, net zoals elk normaal kind.

Klonen à la Dolly

Omdat de wet in Frankrijk, Spanje en Italië de creatie van embryo’s voor researchdoeleinden niet toelaat, ging Tesarik (nog) niet zover om de gefuseerde eicellen ook werkelijk te bevruchten. Als er in de nabije toekomst echter vrouwen zijn die zich met deze techniek willen laten behandelen, ziet hij geen bezwaren.

Op zich is kerntransplantatie van eicel naar eicel nog niet hetzelfde als klonen. Er komt nog steeds een zaadcel aan te pas om een embryo te maken. Toch komt Tesarik angstig dichtbij het klonen ‘à la Dolly’. Wat met een eicel kan, kan misschien ook wel met een lichaamscel. Door kerntransplantatie van een lichaamscel naar een lege eicel ontstaat wel een identieke genetische kloon. In West-Europa en de VS bestaat er een wettelijk moratorium op de creatie van menselijke klonen, maar technisch zijn we alvast weer een stapje dichter gekomen.

Plaats een reactie