De vliegende vogelverschrikker

Een levensechte robotvalk fopt vogels die overlast bezorgen. De vliegende vogelverschrikker verjaagt vogels van vliegvelden, vuilnisbelten en boomgaarden.

Vogels blijven bang voor hun natuurlijke vijanden, zelfs als die nep zijn. Foto: Clear flight solutions
Vogels blijven bang voor hun natuurlijke vijanden, zelfs als die nep zijn.
Foto’s: Clear flight solutions

‘Ga hier maar aan werken’, zei zijn afstudeerbegeleider in 2012 terwijl hij Nico Nijenhuis (28), student technische natuurkunde aan de Universiteit Twente, het prototype van een mechanische slechtvalk voorhield. Nu, drie jaar later, experimenteert Nijenhuis met een levensechte robotvalk, in feite een verbeterde uitvoering van het prototype dat zijn begeleider hem overhandigde.

Gaskanonnen

Nijenhuis is inmiddels medeoprichter van Clear Flight Solutions. Het bedrijf heeft vijftien medewerkers en biedt vogelverjaagdiensten aan over de hele wereld. ‘Alles is al geprobeerd om vogels te verjagen, zoals gaskanonnen, afschietgeluiden, signaalpistolen en klassieke vogelverschrikkers. Nadeel is dat vogels daaraan wennen, omdat het niet is gekoppeld aan serieus gevaar. De natuur moet je met de natuur bestrijden. Vogels blijven alleen weg voor hun natuurlijke vijanden: roofvogels.’

Natuurgetrouw

De robotvalk, Robird genaamd, is voor vogels nauwelijks van echt te onderscheiden. Hij vliegt exact hetzelfde en ziet er natuurgetrouw uit. De vederlichte vleugels slaan zes keer per seconde en bestaan uit een sterk soort piepschuim. De romp komt uit een 3D-printer en is gemaakt van nylon en glasvezel. De staart is van licht koolstofmateriaal. Binnenin zit een accu en een boordcomputer, plus middelen voor navigatie, communicatie en aansturing.

Verkenners

‘Je krijgt de vogels niet in één keer weg. Een vlucht van vier of vijf minuten is genoeg om vogels te verjagen. Maar groepjes verkenners komen na drie kwartier of een uur terug om te kijken of de kust weer veilig is. Die verkenners jaag je opnieuw weg. Dat gaat zo een aantal keren door, waarbij de vogels steeds langer wegblijven uit het gebied. Op een bepaald moment hoef je niet meer elke dag de lucht in, dan is een aantal keren per week genoeg.’

Nijenhuis heeft deze aanpak met succes getest bij bessentelers in Vriezenveen en op een vuilstort in Twente. ‘Dat zijn prettige omgevingen om dit idee uit te proberen, omdat ze relatief veilig zijn. Wat kan er nu gebeuren in een boomgaard met vijftien hectare bessen of op een vuilnisbelt?’

robird 4robird 1robird 3robird 2Certificaten

Een vliegveld daarentegen is geen risicoarme plek. Daarom is daar nog geen proefvlucht geweest, zegt Nijenhuis. Er moet rekening worden gehouden met het andere vliegverkeer. Daartoe moet intensief worden samengewerkt met het grondpersoneel. ‘Daar komt bij dat aan strenge eisen moet worden voldaan en certificaten en licenties moeten worden overlegd. Dat heeft tijd nodig.’

Maar deze maand is het zo ver. Er zal voor het eerst een proefvlucht op een vliegveld worden gehouden. Nijenhuis wil niet zeggen op welk vliegveld. ‘In elk geval niet in Nederland.’

Autonoom

Op dit moment worden drones als de Robird vanaf de grond bestuurd en gecontroleerd. Maar binnen een paar jaar is er geen piloot meer nodig en vliegen de drones autonoom, zegt Nijenhuis. ‘We kunnen het ding nu al programmeren en rondjes laten vliegen, maar dat is automatisch en niet autonoom. Autonoom is dat de robot zich bewust is van zijn omgeving en beslissingen kan nemen om objecten te ontwijken en niet in aanraking komt met ander vliegverkeer. En dat hij zelfstandig
achter vogels aan jaagt en vanzelf naar
de grond komt om op te laden.’

Infraroodcamera

Ook het ‘lichaam’ van de robotvalk kan nog worden verbeterd. ‘Lichter en sterker, dat is wat we willen’, aldus Nijenhuis. Clear Flight Solutions zoekt daarom met een Belgisch bedrijf naar nieuwe materialen die lichter zijn zonder aan robuustheid in te boeten. ‘Want de vogel moet tegen een stootje kunnen.’

De opgedane kennis over vogels zet het Enschedese bedrijf ook op een andere manier in. Zo gebruiken ze drones, met daaronder een infraroodcamera, om nesten van weidevogels te spotten voordat de boer met zijn maaier langskomt. Die technologie wordt ook ingezet om pasgeboren reekalveren in het hoge gras te redden van de messen van de grasmaaier.

Over de auteur

Peter de Jaeger

Peter de Jaeger rondde in 1982 de studie agrarische planologie in Wageningen af. Daarna ging zijn belangstelling steeds meer uit naar journalistiek werk. De Jaeger is winnaar van de Persprijs 2006 van het Wageningen Universiteits Fonds en is auteur van de boeken Zwerven door de Rith, Hoe verder boeren, Het Valkenberg, van hoftuin tot stadspark en Hartslag van Breda. In het dagelijks leven is hij wetenschapsjournalist voor diverse dagbladen en tijdschriften.



Plaats een reactie