Grote verwachtingen omtrent kleine deeltjes

De grote zaal van Pakhuis de Zwijger was afgelopen woensdag volgepakt met mensen die reikhalzend uitkeken naar de herstart van de LHC, de deeltjesversneller van deeltjesfysica-instituut Cern.

Een eer: deeltjesfysica-expert Jorgen D'Hondt op het Cern-festival
CMS-directeur Jorgen D’Hondt aan het woord op het Cern-festival

De Amsterdamse zaal zat vol tot aan de laatste reservestoel uit de berging. Meer dan 250 mensen waren gekomen voor het New Scientist Cern Festival, een avond met wetenschap, muziek en film. En vooral voor de presentaties van de drie topexperts Stan Bentvelsen, Jorgen D’Hondt en Ivo van Vulpen en een video-interview met Robbert Dijkgraaf. Zij uitten hun wensen en verwachtingen voor de eerste botsende deeltjes-experimenten en gaven antwoorden op de vraag: gaat de LHC het standaardmodel op zijn kop zetten?

Bewijs voor supersymmetrie

Sinds de jaren zeventig werken deeltjesfysici met het standaardmodel. Dit model is de wiskundige beschrijving van alle bekende materiedeeltjes en hun onderlinge interacties. Maar het standaardmodel is niet alomvattend, hoofdzakelijk omdat het de zwaartekracht buiten beschouwing laat als bestanddeel van de interactie. Daarom zoeken fysici naar bewijs voor supersymmetrie om het standaardmodel uit te breiden. Met de herstart van de LHC hopen fysici voorbij het standaardmodel te kunnen kijken.

In de theorie van supersymmetrie heeft ieder elementair deeltje een superpartner: een zwaardere partner van het elementaire deeltje. De LHC is in twee jaar tijd aanzienlijk krachtiger gemaakt, en kan deeltjes op hogere energie laten botsen. Fysici hopen zo de kleinste deeltjes en hun superpartners te laten ontstaan. Of om donkere materie te vinden, waarvan nog niet precies bekend is wat het is.

Wel of geen speld in de hooiberg

Met het aanzetten van de deeltjesversneller breekt er een spannende tijd aan voor de wetenschap. Hoofdredacteur Jim Jansen vroeg aan fysicus Robbert Dijkgraaf wat er gebeurt als er niets gevonden wordt. Dijkgraaf vergeleek kwantumfysica met zoeken naar een speld in een hooiberg. ‘Het is lastig om de speld te vinden, maar het is ook lastig om te zeggen dat er geen speld in de hooiberg zit.’

De avond draaide om de zoektocht naar nieuwe elementaire deeltjes. Op de festivalavond bracht New Scientist-redacteur Yannick Fritschy het gerucht dat er aanwijzingen waren gevonden voor het Z’-deeltje, via een live-verbinding vanuit de controlekamer in Cern – helaas was het te vroeg gejuicht; later werd bekend dat er eerst nog meer metingen verricht moeten worden.

De hoofdsprekers legden onder andere uit hoe de theorieën uit de deeltjesfysica ontstaan zijn en hoe de experimenten van de LHC bijdragen aan nieuwe inzichten. Verder werd de kennis van het publiek getest met een quiz waar zelfs de knapste koppen hun hoofd over braken, en werd de film Symmetry van regisseur Ruben van Leer vertoond – een samenkomst van dans, opera en wetenschap, gefilmd in de indrukwekkende tunnels van Cern.

Zwart gat

De avond werd afgesloten met een vragenronde uit het publiek, waarbij ook de onvermijdelijke vraag over het risico op het ontstaan van een zwart gat voorbijkwam. Die wisten de topfysici gelukkig op een geruststellende manier te beantwoorden.

Lees ook:

Plaats een reactie