Waarom we sciencefiction serieus moeten nemen

Vliegen naar verre sterren en planeten, robots die bejaarden helpen, parallelle universa waarin je een heel ander persoon bent en buitenaardse beschavingen die contact leggen met de aarde. Je kunt het bijna zo gek niet bedenken, of het komt wel ergens in een sciencefictionfilm aan bod.

Ruimtereizigers in Interstellar vliegen via een wormgat naar een ander sterrenstelsel. Dat was niet mogelijk geweest als theoretisch fysicus Kip Thorne het wormgat niet eerst had geopperd als serieuze optie voor verre ruimtereizen.
Ruimtereizigers in Interstellar vliegen via een wormgat naar een ander sterrenstelsel. Dat was niet mogelijk geweest als theoretisch fysicus Kip Thorne het wormgat niet eerst had geopperd als serieuze optie voor verre ruimtereizen.

Van de ruimteschepen uit Star Trek en Star Wars tot de niet van mensen te onderscheiden robots uit Blade Runner – in sciencefictionfilms komen allerlei fascinerende ideeën voor. Misschien dat sommigen nu hun schouders ophalen en denken: leuk die ideeën, maar het is maar sciencefiction. Dergelijke dingen kunnen natuurlijk nooit in het echt. Dat is een begrijpelijke gedachte (hoe kan een Hollywoodfilm immers iets serieus te melden hebben?), maar het blijkt in veel gevallen toch echt iets te snel gedacht.

Inspirerende ideeën

Voor veel wetenschappers is sciencefiction namelijk niet zomaar een genre, maar een genre van inspirerende ideeën. Sciencefictionfilms bieden een canvas waarop die ideeën (letterlijk) breed de ruimte krijgen. Het zijn hetzelfde soort ideeën die centraal staan in New Scientist, dat niet voor niets de ondertitel ‘ideeën die de wereld veranderen’ heeft.

De Space Shuttle Enterprise werd vernoemd naar het ruimteschip uit sciencefictionserie Star Trek
De Space Shuttle Enterprise werd vernoemd naar het ruimteschip uit sciencefictionserie Star Trek

Natuurlijk, de warpdrive uit Star Trek of de zelfbewuste, intelligente robots uit Blade Runner zijn (nog) geen wetenschappelijke werkelijkheid, maar tussen wetenschap en film bestaat wel degelijk een bloeiende kruisbestuiving, waarbij films wetenschappers en ingenieurs inspireren tot ontdekkingen, en omgekeerd.

Zou Neil Armstrong bijvoorbeeld zijn eerste stappen op de maan hebben gezet zonder de inspirerende verhalen uit de boeken van Jules Vernes en oude films zoals Le voyage dans la lune of Destination Moon, waarin mensen lang voor Armstrong al over het maanoppervlak liepen?

Zouden de reizigers uit Interstellar naar hun verre kosmische bestemming zijn gevlogen via een wormgat, als theoretisch fysicus en filmscript-co-auteur Kip Thorne wormgaten niet jaren eerder had bedacht? (Overigens naar aanleiding van een vraag van zijn collega Carl Sagan die voor zijn sciencefictionboek Contact een manier zocht om mensen kosmische afstanden te laten afleggen).

En zouden wij in het journaal stilstaan bij het WK robotvoetbal als schrijvers als Isaac Asimov (o.a. bekend van zijn boek I, Robot) en films als Metropolis en Terminator het beeld van de robot niet eerst in ons gemeenschappelijk bewustzijn hadden geplant?

De iPad

De newspad uit 2001: A Space Odyssey verscheen in sciencefiction al lang voordat de iPad van Apple werkelijkheid werd.
De newspad uit 2001: A Space Odyssey verscheen in sciencefiction al lang voordat de iPad van Apple werkelijkheid werd.

Nog een voorbeeld. Even lekker de krant lezen op je tablet kon al in 1968. Dat gebeurde in Stanley Kubricks briljante film 2001: A Space Odyssey. De in die film getoonde gadget had volgens het tegelijkertijd uitgegeven boek een naam die moderne lezers bekend in de oren zal klinken: de newspad. Waar wijlen Apple-ceo Steve Jobs zijn inspiratie voor de iPad vandaan haalde, is dus niet zo moeilijk te bedenken.

Wetenschappers en ingenieurs die de wereld van morgen vormgeven, halen ook nu nog vaak hun inspiratie uit Hollywood-verhalen. Over die wisselwerking tussen sciencefiction en serieuze wetenschap gaat mijn eerste boek, Robots, aliens en popcorn. Het verschijnt op 28 mei, en op 21 mei organiseer ik met New Scientist rond de verschijning ervan een mooi evenement waarbij je het boek bovendien kado krijgt.

LEESTIP - In Robots, aliens & popcorn ... Bestel nu in onze webshop
LEESTIP – In Robots, aliens & popcorn onthult George van Hal de ware fysica, biologie en andere wetenschap en technologie achter Hollywoodfilms. Bestel nu in onze webshop

Robots, aliens en popcorn werd een boek voor iedereen die net als ik een beetje een dromer is. Zelfs wanneer je daar alleen aan toegeeft in het donker en met een grote bak popcorn op schoot. Want wie durft te dromen, houdt vermoedelijk net als ik van film. Amerika noemt de filmindustrie in Hollywood niet voor niets ‘de droomfabriek’. In het boek lees je bijvoorbeeld hoe een onderzoeker het befaamde schild van de superheld Captain America probeert na te bouwen, hoe ingenieurs sleutelen aan de eerste echte autonome robots en hoe een natuurkundige in een serieus wetenschappelijk tijdschrift beschreef dat je de sneller-dan-het-licht-motoren van de ruimteschepen uit Star Trek kunt nabouwen.

Algemene relativiteitstheorie

Je ontdekt in het boek een bonte verzameling van fictie en feit, van wetenschap en film. Ik kijk door de lens van Hollywood naar serieuze wetenschappelijke zaken als de algemene relativiteitstheorie van Einstein, materiaalkunde, kunstmatige intelligentie en de zoektocht naar planeten buiten ons zonnestelsel. Maar ik neem je ook mee naar de meest speculatieve uithoeken op het snijvlak van fictie en kennis. Je reist door de tijd en komt oog in oog te staan met je moeder toen zij nog op de middelbare school zat, en maakt kennis met de man die al zijn mogelijke levens daadwerkelijk beleeft.

Natuurlijk: ook Hollywood slaat de plank wetenschappelijk soms lelijk mis. Maar dat is niet iets om zuur over te doen en zeker niet iets dat de kracht van de inspirerende ideeën uit sciencefictionfilms vermindert. Wetenschappelijk onderzoek en de dromen op het witte doek snijden, raken en versterken elkaar continu. De grootste dromen uit Hollywood beginnen eindelijk uit te komen. De toekomst is begonnen.

New Scientist Café

Wil je nog veel meer weten over de kruisbestuiving tussen wetenschap en film? Op 21 mei organiseert New Scientist een mooie avond met topsprekers die je meenemen in de wetenschappelijke werkelijkheid achter boeiende sciencefictionideeën.

Zo vertelt robotonderzoeker David Abbink (TU Delft) je over de opkomst van de echte cyborg en laat zien hoe mens en machine steeds verder versmelten. Theoretisch fysicus Jan Pieter van der Schaar (Universiteit van Amsterdam) voert je mee naar parallelle universa, werkelijkheden net iets anders dan de onze, waarvan verschillende natuurkundetheorieën stevig impliceren dat ze bestaan. Op het podium spreken we natuurkundige en Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft, zelf ook sciencefictionliefhebber, over de manier waarop sciencefiction zijn onderzoek heeft beïnvloed.

Tot slot vertel ik je hoe de vooruitstrevende ideeën van fysici en ingenieurs in de toekost de weg vrij zullen maken voor reizen naar andere sterren en planeten. Kaartjes – inclusief een exemplaar van het boek Robots, aliens en popcorn – zijn nu te koop.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste wetenschapsnieuws? Meld je nu aan voor de New Scientist nieuwsbrief. 

Lees ook:

Over de auteur

George van Hal

George van Hal is wetenschapsjournalist en coördinerend redacteur bij New Scientist. George studeerde sterrenkunde, is zelfverklaard sciencefiction- en filmfanaat, en schreef daarover het boek Robots, aliens en popcorn. George zit op Google+ en Twitter. Meer informatie over George en zijn artikelen is te vinden op zijn website.



1 Reactie

  • Aleph

    | Beantwoorden

    “de niet van mensen te onderscheiden robots uit Blade Runner”
    Dat noemen we toch androïden, en dat kunnen verfijnd (electro)mechanische, maar ook via synthetisch DNA opgekweekte mensachtigen zijn. Om androïden op één hoop met robots te gooien is net zoiets als alles wat om de zon draait een planeet te noemen – een gemakszuchtige naamgeving dus.
    Is dat belangrijk? Ja, want een androïde is een ogenschijnlijk mensachtige en dus hoogstwaarschijnlijk geslaagd voor de Turingtest. Een robot daarentegen is nog lang niet zo ver – zelfs als deze voor de Turingtest geslaagd is, ziet het er nog uit als een apparaat. We zullen ons als mensen dus in de toekomst waarschijnlijk zeer verschillend gedragen tegen androïden en robots…

Plaats een reactie