Het alziend oog van de drone

Onze ogen zien lang niet alles. Wij kunnen niet, zoals katten en ratelslangen, in het donker kijken. Maar dankzij de drones van NHL Hogeschool kunnen we binnenkort meer visuele informatie verzamelen dan elk oog dat ooit ontstaan is door evolutie.

Jaap van de Loosdrecht (links) zou met zijn drone vol speciale camera’s graag meer in de buitenlucht willen experimenteren. Foto: Mats van Soolingen
Jaap van de Loosdrecht (links) zou met zijn drone vol speciale camera’s
graag meer in de buitenlucht willen experimenteren. Foto: Mats van Soolingen

‘Wat zou jij doen, als je een aardappelboer was?’ vraagt lector Computer Vision Jaap van de Loosdrecht, werkzaam aan NHL Hogeschool in Leeuwarden. Hij heeft zojuist het dilemma van de aardappelboer uitgelegd: ‘Je inspecteert je plantjes en ziet donkere vlekken op de bladeren. Dat kan wijzen op verwelkingsziekte, die de hele oogst kan verpesten. Maar het kunnen ook onschuldige zonverbrandingen zijn. Het verschil is niet te zien met het oog. Wat doe je?’

Waarschijnlijk hetzelfde als iedere boer: je spuit voor de zekerheid je hele akker vol met pesticiden. Dat is duur, slecht voor het milieu, slecht voor de volksgezondheid en vaak onnodig. ‘En toch heel logisch’, weet Van de Loosdrecht.

Het dilemma wordt veroorzaakt door de onvolmaaktheid van het menselijk oog. De oplossing? Een niet-menselijk oog, dat wél in staat is om onder meer het verschil tussen verbrande bladeren en verwelkingsziekte te herkennen. Dat is precies waar ze bij het lectoraat Computer Vision hard aan werken, in een kamertje volgepakt met moderne apparatuur.

Van de Loosdrecht wijst trots op kleine doosjes. Dat blijken krachtige hyperspectrale camera’s ter waarde van 15.000 euro per stuk. In een hoek staat Deep Frisian, een supercomputer vernoemd naar Deep Blue, de schaakcomputer die ooit gehakt maakte van vijfvoudig wereldkampioen Gary Kasparov. Dichter bij de deur staat het pronkstuk van het lectoraat. Het heeft acht armen, een omtrek van drie meter en bevat zelfs een brandvrij naamplaatje. PH 1LO staat daarop geschreven. Van de Loosdrecht en zijn team noemen hem liever de S1000. Het is de koning der drones.

Levens redden

Door deze drone vol te hangen met speciale camera’s en met zelf ontwikkelde software om die data te interpreteren, beschikt het lectoraat Computer Vision over de ultieme kijkmachine, een superadelaar die overal kan komen en alles kan zien. Van de Loosdrecht, niet zonder trots: ‘Binnen het hbo is er geen enkele groep die de apparatuur en kennis heeft die wij hebben.’

Maar wat kunnen we ermee, afgezien van de aardappeloogst redden? Wat dacht je van brandhaarden ontwaren tijdens een bosbrand? Dat kan levens redden’, stelt de lector. ‘Of spoorwegen vanuit de lucht inspecteren op foutjes. Dat kan heel wat vertragingen besparen. We zijn ook bezig met windturbines. Als daar barstjes in komen, kunnen die instorten. Nu klimmen mannen de mast in om handmatig van elke centimeter een foto te maken. Dat duurt maanden en kan met drones veel efficiënter.’

De mogelijkheden zijn legio. Maar waar de S1000 ook zijn bijdrage aan levert, is het werkplezier van Van de Loosdrecht zelf. Niet toevallig zijn fotografie en vliegen zijn grote hobby’s. ‘Mijn vrouw zegt wel eens: het enige verschil tussen een jongetje en een man is de prijs van zijn speelgoed.’ De lector kan erom lachen. Als kind speelde hij eindeloos veel met modelvliegtuigjes. Nu speelt hij nog steeds, in de naam der wetenschap.


‘Onnodige angst leidt tot onnodige verboden’

Jaap van de Loosdrecht. Foto: Mats van Soolingen
Na een carrière als softwareengineer in het bedrijfsleven, trad Jaap van de Loosdrecht in 1989 in dienst bij de NHL als docent bij de destijds nieuwe opleiding informatica. Sinds 1996 leidt hij het kenniscentrum Computer Vision. Foto: Mats van Soolingen

Om drones zo nuttig mogelijk te maken voor de samenleving, moeten wetenschappers vrij met ze kunnen experimenteren. Maar de Nederlandse wet werpt nogal wat blokkades op, constateert lector Jaap van de Loosdrecht.

Drones zijn vooralsnog vooral leuk speelgoed, maar wanneer kunnen we pizza’s of pakketjes laten bezorgen via een drone?
‘Technisch is dat nu al mogelijk. Maar ook de wetgeving moet er klaar voor zijn.’

Is die wetgeving er nog niet klaar voor?
‘In Nederland zéker niet. Er gelden zo veel verboden, gebaseerd op irrationele angst. Het doet denken aan de begintijd van de auto, rond 1900. Toen was het in Nederland verplicht dat er iemand met een rode lap voor de auto uit liep.’

Maar drones brengen toch reële risico’s met zich mee?
‘De gevaren komen van jongelui die een drone bij een speelgoedwinkel kopen en dan rond een vliegveld gaan vliegen, of boven een woonwijk. Dat moet je zwaar bestraffen. Maar wij zijn gecertificeerde dronepiloten. Ik heb negen theorie-examens moeten afleggen en ben zelfs medisch gekeurd volgens de grote-luchtvaartnormen! Toch mogen we heel weinig.’

Wat moet er veranderen?
‘De overheid moet testlocaties aanwijzen waar we veilig kunnen vliegen met experimentele drones. Ook moeten de regels worden versoepeld. In Duitsland testen ze nu drones door ze medicijnen te laten brengen naar het addeneiland Borkum. In Nederland mag dat niet, want je mag een drone niet verder dan 500 meter van de grondpiloot af laten vliegen.’

Hoe testen jullie de experimentele drones nu dan?
‘Meestal gebruiken we het lege danslokaal van de toneelopleiding. Niet ideaal natuurlijk. Zeker is dat drones linksom of rechtsom een grote vlucht gaan maken. Als we vast blijven houden aan de bestaande regels, gaan we onvermijdelijk achterlopen ten opzichte van andere landen. Qua techniek, kennis én de bezorgtijd van pizza’s.’

Deze rubriek is tot stand gekomen in samenwerking met Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA

Over de auteur

Sebastiaan van de Water

Sebastiaan van de Water is freelance medewerker van New Scientist.



Plaats een reactie